ECLI:NL:GHARL:2025:2697, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30-04-2025, 21-005054-23 — GHARL:2025:2697
Samenvatting
Het hof heeft een verdachte ter zake van het medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en drie diefstallen in vereniging, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden. Het hof tevens de vordering van de benadeelde partij deels toegewezen. Volgens het hof had verdachte niet alleen een belangrijke en onmisbare rol als initiator in de voorbereiding van de ontploffing, maar ook was haar opzet op deze ontploffing gericht. De tekstberichten die zich bij de stukken bevinden zijn volgens het hof voor geen andere uitleg vatbaar dan dat verdachte als intellectuele dader bij de ontploffing betrokken is geweest. Het hof is dan ook van oordeel dat er bij het plegen van het tenlastegelegd feit sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte, die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Hoewel de verdachte niet zelf het vuurwerk door de brievenbus heeft gegooid en heeft laten ontploffen, heeft zij volgens het hof hieraan wel een significante bijdrage geleverd.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:8133, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15-12-2025, P25-266
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Penitentiair Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:22664, Rechtbank Den Haag, 24-11-2025, 09/388710-24
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:19037, Rechtbank Den Haag, 09-10-2025, 09/185174-25
Rechtbank Den Haag · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:16232, Rechtbank Den Haag, 28-08-2025, 09-388710-24
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 april 2025
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
21-005054-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:2697