Juristi.nl
ECLI:NL:GHARL:2025:2886Civiel Recht

ECLI:NL:GHARL:2025:2886, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-05-2025, 200.335.413/01 — GHARL:2025:2886

Samenvatting

Partijen hebben aan elkaar grenzende percelen op een bedrijventerrein. Zij hebben een geschil over de locatie van de erfgrens tussen hun percelen. Appellanten menen dat een strook grond tussen de percelen en achter het door geïntimeerde geplaatste hekwerk aan hen toebehoord. Ook hebben partijen een geschil over een door geïntimeerde geplaatst hekwerk op de grens het perceel van geïntimeerde en de gemeentegrond, over welk gedeelte appellanten het recht van overpad hebben. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. Uitgegaan dient te worden van de inmeting van de erfgrens door het Kadaster. Geïntimeerde heeft het nieuwe hekwerk op die erfgrens geplaatst. Geen sprake van verkrijgende verjaring wegens het ontbreken van het daarvoor vereiste bezit. Vordering ten aanzien van het recht van overpad wordt afgewezen. Erfdienstbaarheid dient op de minst bezwarende wijze te geschieden.

Betrokken advocaten

mr. D.P. Schildknecht

eiser

De Haan Advocaten & Notarissen, AMSTERDAM

mr. J.R. Bügel

eiser

Helmantel & B�gel Advocaten, DRONTEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

13 mei 2025

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

200.335.413/01

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHARL:2025:2886

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHARL:2026:1879
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 mrt 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1793
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 mrt 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1881
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 mrt 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1785
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 mrt 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1798
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·24 mrt 2026
Civiel Recht