ECLI:NL:GHARL:2025:2886, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-05-2025, 200.335.413/01 — GHARL:2025:2886
Samenvatting
Partijen hebben aan elkaar grenzende percelen op een bedrijventerrein. Zij hebben een geschil over de locatie van de erfgrens tussen hun percelen. Appellanten menen dat een strook grond tussen de percelen en achter het door geïntimeerde geplaatste hekwerk aan hen toebehoord. Ook hebben partijen een geschil over een door geïntimeerde geplaatst hekwerk op de grens het perceel van geïntimeerde en de gemeentegrond, over welk gedeelte appellanten het recht van overpad hebben. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. Uitgegaan dient te worden van de inmeting van de erfgrens door het Kadaster. Geïntimeerde heeft het nieuwe hekwerk op die erfgrens geplaatst. Geen sprake van verkrijgende verjaring wegens het ontbreken van het daarvoor vereiste bezit. Vordering ten aanzien van het recht van overpad wordt afgewezen. Erfdienstbaarheid dient op de minst bezwarende wijze te geschieden.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2026:295, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-01-2026, 200.348.713/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2026:111, Rechtbank Midden-Nederland, 20-01-2026, C/16/603738 / KL ZA 25-312
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2026:265, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-01-2026, 200.352.170/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2025:5308, Rechtbank Midden-Nederland, 15-10-2025, C/16/581182 / HL ZA 24-249
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
13 mei 2025
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.335.413/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:2886