ECLI:NL:GHARL:2025:4802, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29-07-2025, 200.348.303/01 — GHARL:2025:4802
Samenvatting
In dit kort geding leggen partijen de vraag voor wie van partijen de onderneming van hun beider vennootschap onder firma met uitsluiting van de ander mag en kan voortzetten. Dat is tot op heden onduidelijk. De vennootschap onder firma is geëindigd. In het belang van de continuïteit van de onderneming, en daarmee in het belang van de zorg voor kwetsbare cliënten en van partijen, is ook in hoger beroep een voorlopige keuze gemaakt in afwachting van de verdere ontwikkelingen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:976, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14-01-2025, 200.336.349/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2024:6660, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29-10-2024, 200.325.830/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2023:1923, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 13-06-2023, 200.287.031_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBNNE:2022:351, Rechtbank Noord-Nederland, 09-02-2022, C/18/202331 / HA ZA 20-245
Rechtbank Noord-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 juli 2025
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.348.303/01
Procedure
Hoger beroep kort geding
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:4802