ECLI:NL:GHARL:2026:1281, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-03-2026, 200.362.620/01 — GHARL:2026:1281
Samenvatting
In deze zaak vorderen eisers dat een voormalig medewerker en medeaandeelhouder van een dochtervennootschap wordt opgedragen zich te onthouden van concurrerende activiteiten op het gebied van Arbogerelateerde dienstverlening. Die vordering wordt op grond van het leerstuk onrechtmatige daad ook ingesteld tegen twee voormalig medewerkers (gedetacheerden) die deze gedaagde hebben vergezeld.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:7499, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-11-2025, 200.344.132/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2025:4863, Rechtbank Overijssel, 22-07-2025, C/08/333830 / KG ZA 25-115
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBZWB:2025:3109, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-05-2025, C/02/425328 / HA ZA 24-430 (E)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2024:1135, Rechtbank Oost-Brabant, 20-03-2024, C/01/387250 / HA ZA 22-596
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
3 maart 2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.362.620/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:1281