ECLI:NL:GHARL:2026:1753, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-03-2026, 21-005582-22 — GHARL:2026:1753
Samenvatting
Bevestiging van het vonnis van de politierechter ten aanzien van de bewezenverklaring. Vernietiging van het vonnis ten aanzien van de straf. Het hof stelt vast dat sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv. Het hof is van oordeel dat dit niet leidt tot strafvermindering, omdat onvoldoende onderbouwing is gegeven voor het nadeel dat daardoor voor verdachte zou zijn veroorzaakt. Veroordeling ten aanzien van diefstal door middel van inklimming tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken met een proeftijd van twee jaren.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2024:7235, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-11-2024, 21-002047-20 (O)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:GHARL:2021:8357, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-09-2021, 21-002200-20
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2017:8962, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-09-2017, 21-002049-15
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2017:6646, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-08-2017, 200.218.665/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
20 maart 2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
21-005582-22
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:1753