Militair moet ruim €11.700 aan drugswinst terugbetalen — GHARL:2026:1989
ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel / drugshandel (3-MMC) / militair strafrecht
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie (advocaat-generaal)
Verweerder / gedaagde
Betrokkene (militair, geboren 1996)
Het hof bevestigt de ontnemingsbeslissing: de militair moet €11.745,25 aan de staat betalen als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
- Het wederrechtelijk verkregen voordeel uit handel in 3-MMC is vastgesteld op €17.800, met een betalingsverplichting van €11.745,25
- Inkoopfacturen van 3-MMC die de verdediging in hoger beroep overlegde, leidden niet tot verlaging van het ontnemingsbedrag
- Bij de berekening was al uitgegaan van een hogere inkoopprijs dan de werkelijke kosten die uit de facturen bleken
- Het hof bevestigt de uitspraak van de militaire kamer van de rechtbank Gelderland met aanvulling van gronden
Samenvatting
Een militair die veroordeeld is voor handel in de synthetische drug 3-MMC moet ruim elfduizend euro aan wederrechtelijk verkregen voordeel terugbetalen aan de staat. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigde in hoger beroep de ontnemingsbeslissing van de militaire kamer van de rechtbank Gelderland.
De rechtbank had eerder vastgesteld dat de militair in totaal ongeveer €17.800 had verdiend met zijn illegale drugshandel. Omdat bij de berekening al rekening was gehouden met gemaakte kosten, werd de daadwerkelijke betalingsverplichting vastgesteld op €11.745,25.
In hoger beroep probeerde de raadsman van de militair de ontneming te verlagen door inkoopfacturen van de 3-MMC over te leggen. Daarmee wilde hij aantonen dat de werkelijke inkoopkosten hoger waren dan waarmee rekening was gehouden, zodat de nettowinst lager zou uitvallen. Het hof ging hier niet in mee. De rechters stelden vast dat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel al was uitgegaan van een inkoopprijs die zelfs hoger lag dan de werkelijke inkoopprijs die uit de facturen bleek. Het overleggen van de facturen leidde dus niet tot een lagere schatting van het voordeel.
Het hof oordeelde dat de rechtbank op goede gronden en op de juiste manier had beslist en bevestigde de ontnemingsbeslissing. De militair blijft daarmee verplicht om €11.745,25 aan de staat te betalen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1131, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, 09/336639-25
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:7440, Rechtbank Amsterdam, 09-10-2025, 13-220179-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4385, Raad van State, 15-09-2025, 202407583/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:17889, Rechtbank Den Haag, 09-09-2025, 09-147626-25
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 april 2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
21-001562-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:1989