Hof veroordeelt man voor verkrachting en mishandeling levensgezel — GHARL:2026:1993
verkrachting en mishandeling levensgezel / hoger beroep strafzaak
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie (advocaat-generaal)
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en komt tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging voor verkrachting (meermalen gepleegd) en mishandeling van de levensgezel.
- Het hof acht de verklaringen van de aangeefster betrouwbaar en ondersteund door voldoende steunbewijs, ondanks het betrouwbaarheidsverweer van de verdediging.
- Het hof komt tot een andere bewezenverklaring dan de rechtbank en vernietigt het vonnis, waarna het opnieuw recht doet.
- Bewezen is de eendaadse samenloop van verkrachting (meermalen gepleegd) en mishandeling van de levensgezel op 26 augustus 2023.
- De rechtbank had eerder veertig maanden gevangenisstraf opgelegd (waarvan tien voorwaardelijk) en vijfduizend euro schadevergoeding toegewezen; het hof wijkt hiervan af.
- Het gebruik van fysiek overwicht, het negeren van verbale en non-verbale signalen van verzet, en het geweld in aanwezigheid van een driejarig kind spelen een rol in de beoordeling.
Samenvatting
Op 26 augustus 2023 escaleerde een relatieconflict in een woning in Nederland tot ernstig geweld en verkrachting. De verdachte, die die ochtend nog niet thuis was geweest, keerde terug en trof zijn partner aan terwijl zij zijn koffers aan het inpakken was — zij had hem duidelijk gemaakt klaar met hem te zijn. Wat volgde was een reeks van gewelddadige handelingen: hij greep haar bij de keel, tilde haar omhoog zodat ze niet meer kon ademen, sloeg haar hoofd tegen de muur, gebruikte haar eigen hand om haar te slaan en trok haar aan haar haren — dit alles mede in het bijzijn van hun driejarige dochtertje.
De situatie escaleerde verder toen de verdachte de benen van zijn partner uit elkaar duwde. Hij maakte opmerkingen over haar ondergoed en lichaamsverzorging, waarmee hij suggereerde dat ze contact had gehad met andere mannen. Vervolgens penetreerde hij haar ruw met zijn vingers, ondanks haar duidelijke pijnkreten, en verkrachtte haar daarna. Ze had vooraf aangegeven het niet te willen en probeerde hem van zich af te duwen, maar was niet in staat hem te stoppen.
De rechtbank Gelderland veroordeelde de man in augustus 2024 tot veertig maanden gevangenisstraf, waarvan tien maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden waaronder een locatie- en contactverbod. Ook werd de schadevergoedingsvordering van de benadeelde partij volledig toegewezen voor een bedrag van vijfduizend euro. De verdachte ging in hoger beroep.
Voor het hof voerde zijn raadsman aan dat de seksuele handelingen niet tegen de wil van de vrouw hadden plaatsgevonden. De verklaringen van aangeefster zouden op meerdere punten inconsistent en daardoor onbetrouwbaar zijn, en er zou onvoldoende ondersteunend bewijs voorhanden zijn. De geweldshandelingen erkende de verdediging wel.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verwierp dit verweer. Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefster, die worden ondersteund door de overige bewijsmiddelen. Het hof komt tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging dan de rechtbank, vernietigt het vonnis en doet opnieuw recht. De concrete beslissing van het hof — de nieuwe straf en het oordeel over de vordering van de benadeelde partij — volgt uit dit nieuwe arrest.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:7921, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-12-2025, 21-001266-25
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:7602, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28-11-2025, 21-000996-24
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:13670, Rechtbank Rotterdam, 18-11-2025, C/10/702922/ FA RK 25-5216
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHARL:2025:6296, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-10-2025, 21-000873-23
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Strafrecht; StrafprocesrechtZaaknummer
21-003608-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:1993