Openbaar Ministerie (advocaat-generaal) / verdachte, geboren 1981
mishandeling / huiselijk geweld / zedenzaak (vrijspraak) / herroeping voorwaardelijke invrijheidsstelling
Het hof vernietigde beide vonnissen, sprak de verdachte vrij van de zwaarste tenlastegelegde feiten (verkrachting, poging zware mishandeling, overtreding contactverbod) maar veroordeelde hem wel voor meervoudige mishandeling van drie verschillende slachtoffers.
- Verdachte veroordeeld voor mishandeling van drie vrouwen in de periode 2021-2023
- Vrijspraak voor verkrachting wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs
- Vrijspraak voor overtreding van contactverbod via WhatsApp op 1 januari 2024
- Contact- en locatieverboden opgelegd op grond van artikel 38v Sr
- Voorwaardelijke invrijheidsstelling herroepen wegens nieuwe strafbare feiten
- Civiele vorderingen van benadeelde partijen gedeeltelijk toegewezen
Samenvatting
Een man uit Utrecht stond terecht voor een reeks geweldsdelicten tegen drie verschillende vrouwen, gepleegd tussen 2021 en 2023. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden deed op 2 april 2026 uitspraak in hoger beroep, nadat de man eerder door de rechtbank Midden-Nederland in twee afzonderlijke vonnissen was veroordeeld.
De zaak begon in september 2021, toen een vrouw aangifte deed van ernstige mishandeling. Zij verklaarde dat de verdachte haar sloeg, wurgde, haar paardenstaart afknipte, haar schopte en haar met een porseleinen schaal op het achterhoofd sloeg. De aangifte bevatte ook een beschuldiging van verkrachting, maar daarvoor vond het hof onvoldoende bewijs. Voor de mishandelingen werd de man wel veroordeeld. Naast dit slachtoffer mishandelde de verdachte ook zijn toenmalige levensgezellin herhaaldelijk in de periode van maart tot april 2022 door haar te slaan, te stompen en te wurgen. In september 2023 mishandelde hij een derde vrouw door haar meermalen te slaan en bij de keel te pakken en tegen een muur omhoog te drukken. Een beschuldiging van het overtreden van een contactverbod – hij zou op 1 januari 2024 via WhatsApp contact hebben gezocht met het eerste slachtoffer – leverde vrijspraak op bij gebrek aan voldoende bewijs.
De rechtbank had de verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot gevangenisstraffen van respectievelijk twaalf en vier maanden, deels voorwaardelijk. Beide vonnissen werden door het hof vernietigd omdat de zaken in hoger beroep gevoegd werden behandeld, waarna het hof zelf opnieuw recht deed. Het hof sloot zich op hoofdlijnen aan bij de bewijsoordelen van de rechtbank en politierechter, met enkele aanpassingen.
Naast de strafoplegging werden ook civiele vorderingen van de slachtoffers beoordeeld. De vorderingen van twee benadeelde partijen waren in eerste aanleg al gedeeltelijk toegewezen. Contact- en locatieverboden werden opgelegd op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht. Eerder was ook de voorwaardelijke invrijheidsstelling van de verdachte herroepen, omdat hij opnieuw strafbare feiten pleegde terwijl hij onder voorwaarden vrij was.
De verdachte zat ten tijde van de uitspraak gedetineerd in een penitentiaire inrichting. Zijn raadsman had hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen, terwijl ook de officier van justitie in beroep ging tegen het vonnis van de politierechter uit januari 2024. Het hof sprak de verdachte vrij van de zwaarste varianten van de tenlastelegging – de pogingen tot zware mishandeling en de verkrachting – maar achtte de mishandelingen wel bewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2026:1933, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31-03-2026, 21-003097-23
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2026:1287, Rechtbank Midden-Nederland, 31-03-2026, 16.039958.25
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2026:1924, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31-03-2026, 21-004488-21
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:GHARL:2026:1891, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-03-2026, 21-001975-25
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 april 2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
21-001044-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:2016