Juristi.nl
ECLI:NL:GHARL:2026:303Civiel Recht

Hof schorst uitvoering huurvonnis bowlingcentrum gedeeltelijk — GHARL:2026:303

huurgeschil bedrijfsruimte / schorsing tenuitvoerlegging kort geding vonnis

Eiser / verzoeker

Graaf Wichman Huizen Vastgoed B.V. (GWHV)

VS

Verweerder / gedaagde

Wirtz Management B.V. (Wirtz)

Het hof schorste de tenuitvoerlegging van het vonnis in eerste aanleg gedeeltelijk — zowel de betalingsveroordeling van Wirtz als de herstelverplichting van GWHV — tot twee weken na de nog te plannen mondelinge behandeling.

  • GWHV legde executoriaal beslag op eigendommen van Wirtz kort na een regiegesprek bij het hof, zonder dit tijdens dat gesprek te melden, wat het hof als onbehoorlijk beschouwde
  • Het hof schorste de tenuitvoerlegging van zowel de betalingsveroordeling als de klimaatinstallatieherstelverplichting totdat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden
  • Wirtz stelde dat het beslag haar enige inkomstenbron blokkeerde en faillissement dreigde
  • Het hof woog de belangen van beide partijen af en oordeelde dat geen van beiden voldoende urgentie had aangetoond om directe executie te rechtvaardigen

Samenvatting

Een conflict tussen een vastgoedbedrijf en een huurder van een bowlingcentrum in Huizen heeft geleid tot een spoedprocedure bij het gerechtshof in Leeuwarden. In de kern draait de zaak om een huurgeschil: Graaf Wichman Huizen Vastgoed B.V. (GWHV) wil achterstallige huur innen en het bowlingcentrum laten ontruimen, terwijl huurder Wirtz Management B.V. stelt te veel huur te betalen en eist dat GWHV de klimaatinstallatie in de bedrijfsruimte repareert.

De voorzieningenrechter in Almere had eerder in november 2025 zowel GWHV als Wirtz deels in het gelijk gesteld. Wirtz werd veroordeeld om ruim 57.000 euro aan achterstallige huur en servicekosten te betalen. GWHV op haar beurt moest een deskundige inschakelen om de klimaatinstallatie te onderzoeken en eventuele gebreken te laten herstellen. Bij het uitblijven van naleving stonden dwangsommen op het spel.

Tegen dit vonnis stelde GWHV hoger beroep in. Terwijl het hoger beroep nog liep, vond op 13 januari 2026 een regiegesprek plaats bij het hof, waarbij de advocaten afspraken maakten over het verdere verloop van de procedure. Wirtz gaf aan bereid te zijn om voorlopig af te zien van het innen van dwangsommen, als GWHV zich zou inspannen om vóór 1 maart een deskundigenrapport te laten opstellen. GWHV stemde hier echter niet mee in.

Wat het hof vervolgens bijzonder opviel: slechts enkele uren na het regiegesprek liet GWHV het vonnis betekenen aan Wirtz en legde executoriaal beslag op eigendommen van Wirtz, waaronder aandelen in Bowling Huizen B.V. en vorderingen op privépersonen. Dit alles zonder dat de advocaat van GWHV tijdens het regiegesprek ook maar had aangeduid dat dit op handen stond — terwijl hij de stappen op dat moment al concreet in gang moet hebben gezet.

Wirtz sloeg alarm: door het beslag werd zij afgesneden van haar enige inkomstenbron. De aandelen in Bowling Huizen B.V. hadden geen reële marktwaarde, maar het beslag bedreigde wel de continuïteit van het bedrijf. Faillissement dreigde, te meer omdat GWHV al eerder een faillissementsaanvraag had gedaan.

Het hof oordeelde dat GWHV op zijn minst tijdens het regiegesprek had moeten melden dat zij de executie zou opstarten. Door dit na te laten, heeft GWHV haar eigen geloofwaardigheid ondergraven over de urgentie van het innen van het geld. Bovendien bleek GWHV een dusdanig groot aantal verhinderdagen te hebben opgegeven dat het nauwelijks mogelijk was een zitting te plannen, wat de stelling dat snel handelen noodzakelijk was verder ondermijnde.

Het hof besloot de tenuitvoerlegging van het vonnis deels te schorsen: zowel de betaalveroordeling aan de kant van Wirtz als de verplichting van GWHV om de klimaatinstallatie te herstellen worden bevroren tot twee weken na de nog te plannen mondelinge behandeling. Beide partijen kregen daarmee tijdelijk rust, maar het hof gaf ook een duidelijke boodschap mee: hoe meer verhinderdagen partijen opgeven, hoe langer het duurt voor er een zitting kan plaatsvinden. De hoofdzaak in hoger beroep wordt voortgezet.

Betrokken advocaten

mr. R.F. Raven

GWHV

Fort Advocaten, AMSTERDAM

mr. B.O. Eschweiler

Wirtz

Spring Lawyers, AMSTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

20 januari 2026

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

200.362.282/01

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHARL:2026:303

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHARL:2026:2078
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·7 april 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1944
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·31 maart 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1939
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·31 maart 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:2002
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·31 maart 2026
Civiel Recht
GHARL:2026:1946
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden·31 maart 2026
Civiel Recht