ECLI:NL:GHDHA:2016:989, Gerechtshof Den Haag, 29-03-2016, 22-004344-15 — GHDHA:2016:989
Samenvatting
De verdachte heeft niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof verklaart de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2026:456, Gerechtshof Den Haag, 25-03-2026, 22-000386-24
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2017:4025, Gerechtshof Den Haag, 18-12-2017, 22-002285-17
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2017:642, Gerechtshof Den Haag, 10-03-2017, 2200130716
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2016:4239, Gerechtshof Den Haag, 28-11-2016, 22-000903-16
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 maart 2016
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
22-004344-15
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2016:989