ECLI:NL:GHDHA:2017:3166, Gerechtshof Den Haag, 25-10-2017, 200.199.365/01 en 200.203.479/01 — GHDHA:2017:3166
Samenvatting
Vergoedingsvordering conform artikel 1:87 BW kan het hof niet vaststellen. de vordering van de vrouw wordt derhalve afgewezen. Wie eigenaar is van de renpaarden dient beantwoord te worden door de Oostenrijkse rechter nu de paarden zicht bevinden in Oostenrijk en de eigendom aldaar dient te worden vastgesteld. Het hof is niet bevoegd.
Betrokken advocaten
mr. E.M.T. van Ruitenbeek-de Bekker
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:2723, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-04-2025, C/02/409293 / HA ZA 23-253 (E)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2023:6954, Rechtbank Gelderland, 19-12-2023, 421200
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2022:2095, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-06-2022, 200.291.215_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHDHA:2021:2149, Gerechtshof Den Haag, 09-11-2021, 200.275.735/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
25 oktober 2017
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
200.199.365/01 en 200.203.479/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2017:3166