ECLI:NL:GHDHA:2022:391, Gerechtshof Den Haag, 02-03-2022, 200.293.974/01 en 200.293.974/02 — GHDHA:2022:391
Samenvatting
Verdeling van huwelijksgoederengemeenschap; afspraken over inbreng van partijen bij gemeenschappelijke woning. Indien een overeenkomst wordt gesloten met het oog op een eventuele – maar niet aan de orde zijnde - echtscheiding, kan niet worden gesproken van een overeenkomst “met het oog op de aanstaande ontbinding der gemeenschap”. De vormvereisten van artikel 1:115 BW blijven van toepassing. Nu partijen geen huwelijkse voorwaarden bij notariële akte zijn aangegaan, hebben zij derhalve niet kunnen afwijken van de hoofdregel in artikel 1:100 lid 1 BW dat zij ieder een gelijk aandeel hebben in de ontbonden gemeenschap, ongeacht of zij hierover destijds al dan niet overeenstemming hebben bereikt.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2024:711, Gerechtshof Amsterdam, 19-03-2024, 200.332.807/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2022:7073, Rechtbank Rotterdam, 17-08-2022, C/10/629161 / HA ZA 21-1009
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2022:2651, Rechtbank Rotterdam, 06-04-2022, C/10/627877 / HA ZA 21-948
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2021:11222, Rechtbank Rotterdam, 10-11-2021, C/10/594728 / HA ZA 20-368
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
2 maart 2022
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
200.293.974/01 en 200.293.974/02
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2022:391