Juristi.nl

ECLI:NL:GHDHA:2022:391, Gerechtshof Den Haag, 02-03-2022, 200.293.974/01 en 200.293.974/02 — GHDHA:2022:391

Samenvatting

Verdeling van huwelijksgoederengemeenschap; afspraken over inbreng van partijen bij gemeenschappelijke woning. Indien een overeenkomst wordt gesloten met het oog op een eventuele – maar niet aan de orde zijnde - echtscheiding, kan niet worden gesproken van een overeenkomst “met het oog op de aanstaande ontbinding der gemeenschap”. De vormvereisten van artikel 1:115 BW blijven van toepassing. Nu partijen geen huwelijkse voorwaarden bij notariële akte zijn aangegaan, hebben zij derhalve niet kunnen afwijken van de hoofdregel in artikel 1:100 lid 1 BW dat zij ieder een gelijk aandeel hebben in de ontbonden gemeenschap, ongeacht of zij hierover destijds al dan niet overeenstemming hebben bereikt.

Betrokken advocaten

mr. M.A.J. Beers

verweerder

Beers Advocatenkantoor, HENDRIK-IDO-AMBACHT

mr. R.W.J.M. te Pas

verweerder

Te Pas Advocaten, ROTTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

2 maart 2022

Zaaknummer

200.293.974/01 en 200.293.974/02

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHDHA:2022:391

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHDHA:2026:457
Gerechtshof Den Haag·25 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
GHDHA:2026:491
Gerechtshof Den Haag·17 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
GHDHA:2026:504
Gerechtshof Den Haag·17 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
GHDHA:2026:455
Gerechtshof Den Haag·11 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
GHDHA:2026:478
Gerechtshof Den Haag·11 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht