Juristi.nl

ECLI:NL:GHDHA:2023:2339, Gerechtshof Den Haag, 21-11-2023, 200.312.330/01 — GHDHA:2023:2339

Samenvatting

De kern van het geschil tussen partijen is of de toetreding van erflaatster tot de vof en/of de afwikkeling van vof 2 waarbij zoon 1 het aandeel van erflaatster in het of 2 vermogen mag overnemen, aangemerkt dient te worden als een gift. Hof neemt aan dat er sprake is van een gift. Naar het oordeel van het hof is in deze zaak niet sprake van een klassieke bedrijfsopvolging in de agrarische sector. Erflaatster had voor haar toetreding tot de vof 2 de landbouwgronden aan vof 1 verpacht. Voorts is er in het vof 2 contract sprake van een quasi-legaat. Het hof berekent de legitimaire massa en de legitieme portie van zoon 2.

Betrokken advocaten

mr. F.C. Hilderink

appellant

Van Barneveld Advocaten, OOSTERBEEK

mr. J.G.A. Linssen

appellant

Linssen . De Ruijter Advocaten, TILBURG

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

21 november 2023

Zaaknummer

200.312.330/01

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHDHA:2023:2339

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHDHA:2026:457
Gerechtshof Den Haag·25 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
GHDHA:2026:491
Gerechtshof Den Haag·17 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
GHDHA:2026:504
Gerechtshof Den Haag·17 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
GHDHA:2026:455
Gerechtshof Den Haag·11 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
GHDHA:2026:478
Gerechtshof Den Haag·11 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht