ECLI:NL:GHDHA:2023:2339, Gerechtshof Den Haag, 21-11-2023, 200.312.330/01 — GHDHA:2023:2339
Samenvatting
De kern van het geschil tussen partijen is of de toetreding van erflaatster tot de vof en/of de afwikkeling van vof 2 waarbij zoon 1 het aandeel van erflaatster in het of 2 vermogen mag overnemen, aangemerkt dient te worden als een gift. Hof neemt aan dat er sprake is van een gift. Naar het oordeel van het hof is in deze zaak niet sprake van een klassieke bedrijfsopvolging in de agrarische sector. Erflaatster had voor haar toetreding tot de vof 2 de landbouwgronden aan vof 1 verpacht. Voorts is er in het vof 2 contract sprake van een quasi-legaat. Het hof berekent de legitimaire massa en de legitieme portie van zoon 2.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:1860, Rechtbank Gelderland, 12-02-2025, 11221673 CU VERZ 24-196
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2024:4691, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 03-07-2024, C/02/417189 / HA ZA 23-673 (E)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2024:883, Gerechtshof Amsterdam, 09-04-2024, 200.292.253/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2022:3335, Gerechtshof Amsterdam, 29-11-2022, 200.292.253/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
21 november 2023
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
200.312.330/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2023:2339