ECLI:NL:GHDHA:2024:2000, Gerechtshof Den Haag, 08-10-2024, 22-001001-24 — GHDHA:2024:2000
Samenvatting
Uithalersproblematiek. Veroordeling wegens het binnen een tijdsbestek van enkele dagen tweemaal wederrechtelijk verblijven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen (art. 138aa Sr). Vrijspraak medeplegen en ‘braak en/of inklimming’. In de herhaalde overtreding van art. 138aa Sr ziet het hof aanleiding om de verdachte niet te bestraffen als ware hij (in beide gevallen) een first offender. Ten overvloede merkt het hof nog op dat het het hof voorkomt dat ook indien sprake is van een niet-onherroepelijke veroordeling wegens overtreding van art. 138aa Sr in een andere zaak, het de strafrechter - gelet op het specifieke karakter van dit delict – in beginsel vrijstaat om die veroordeling in strafverzwarende zin te betrekken bij de strafoplegging. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 162 dagen waarvan 90 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een taakstraf van 90 uur, zonder oplegging van de door de advocaat-generaal gevorderde vrijheidsbeperkende maatregel in de vorm van een gebiedsverbod op grond van art. 38v Sr.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2025:2757, Gerechtshof Den Haag, 23-12-2025, 22-003236-23
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2025:489, Gerechtshof Den Haag, 25-03-2025, 22-000696-23
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2025:344, Gerechtshof Den Haag, 05-03-2025, 22-000175-24
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBMNE:2018:1359, Rechtbank Midden-Nederland, 06-04-2018, 16/055508-17 (P)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 oktober 2024
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
22-001001-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:2000