Juristi.nl
ECLI:NL:GHDHA:2024:2138Civiel Recht; Arbeidsrecht

ECLI:NL:GHDHA:2024:2138, Gerechtshof Den Haag, 05-11-2024, 200.322.001/01 — GHDHA:2024:2138

Samenvatting

Arbeidszaak. Werkneemster werkt als inrichtingswerker in een penitentiaire inrichting. Twee collega's van haar hebben een gedetineerde in zijn cel fysiek mishandeld. Op grond van onder andere de verwijten dat zij niet de-escalerend heeft opgetreden en is blijven ontkennen ook de cel van de gedetineerde te zijn binnengegaan, heeft werkgever haar een disciplinaire straf opgelegd. Het geweldsincident vond plaats nadat werkneemster met goed gevolg had gesolliciteerd naar de functie van senior penitentiair inrichtingswerker, maar voordat het arbeidsvoorwaardengesprek was gevoerd. Werkneemster vordert vernietiging van het besluit tot strafoplegging en veroordeling tot nakoming van de toezegging tot bevordering. Heeft werkgever in redelijkheid tot deze strafoplegging kunnen besluiten en mocht werkgever terugkomen van de toezegging of gewekte verwachting dat werkneemster zou worden bevorderd? Belangenafweging. Het hof wijst de vorderingen af.

Betrokken advocaten

mr. A.J. Verhagen

appellant

O & P Rijk | Advocaten Arbeidsrecht, 'S-GRAVENHAGE

mr. B.M.A. Jegers

appellant

Jegers & Teerling Advocaten, HEERLEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

5 november 2024

Zaaknummer

200.322.001/01

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHDHA:2024:2138

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHDHA:2026:357
Gerechtshof Den Haag·24 maart 2026
Civiel Recht; Arbeidsrecht
GHDHA:2026:440
Gerechtshof Den Haag·17 maart 2026
Civiel Recht; Arbeidsrecht
GHDHA:2026:198
Gerechtshof Den Haag·24 februari 2026
Civiel Recht; Arbeidsrecht
GHDHA:2026:247
Gerechtshof Den Haag·24 februari 2026
Civiel Recht; Arbeidsrecht
GHDHA:2026:145
Gerechtshof Den Haag·17 februari 2026
Civiel Recht; Arbeidsrecht