ECLI:NL:GHDHA:2024:2138, Gerechtshof Den Haag, 05-11-2024, 200.322.001/01 — GHDHA:2024:2138
Samenvatting
Arbeidszaak. Werkneemster werkt als inrichtingswerker in een penitentiaire inrichting. Twee collega's van haar hebben een gedetineerde in zijn cel fysiek mishandeld. Op grond van onder andere de verwijten dat zij niet de-escalerend heeft opgetreden en is blijven ontkennen ook de cel van de gedetineerde te zijn binnengegaan, heeft werkgever haar een disciplinaire straf opgelegd. Het geweldsincident vond plaats nadat werkneemster met goed gevolg had gesolliciteerd naar de functie van senior penitentiair inrichtingswerker, maar voordat het arbeidsvoorwaardengesprek was gevoerd. Werkneemster vordert vernietiging van het besluit tot strafoplegging en veroordeling tot nakoming van de toezegging tot bevordering. Heeft werkgever in redelijkheid tot deze strafoplegging kunnen besluiten en mocht werkgever terugkomen van de toezegging of gewekte verwachting dat werkneemster zou worden bevorderd? Belangenafweging. Het hof wijst de vorderingen af.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2026:9, Gerechtshof Den Haag, 13-01-2026, 200.356.818/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:8825, Rechtbank Limburg, 10-09-2025, 03.005114.25
Rechtbank Limburg · Strafrecht
ECLI:NL:GHSHE:2025:1564, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-06-2025, 200.349.409_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:3375, Rechtbank Limburg, 10-04-2025, ROE 25/516
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
5 november 2024
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; ArbeidsrechtZaaknummer
200.322.001/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:2138