Juristi.nl

Rechtbank onbevoegd in zaak Spaans bouwbedrijf om websitedata op te eisen — GHDHA:2025:2260

internationale bevoegdheid / afgifte websitegegevens / onrechtmatige internetpublicaties

Eiser / verzoeker

Constructora Icasa Malaga S.L. c.s.

VS

Verweerder / gedaagde

SiteGround Spain S.L.

Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter: de Nederlandse rechter is niet internationaal bevoegd om kennis te nemen van de vordering van Constructora c.s. tegen SiteGround.

  • De vordering tot gegevensverstrekking aan SiteGround is geen reputatieschadeclaim, waardoor de Europese jurisprudentie over bevoegdheid bij onrechtmatige internetpublicaties (eDate/Bolagsupplysningen) niet van toepassing is.
  • Het centrum van belangen van Constructora ligt niet in Nederland: de bouwactiviteiten vinden in Spanje plaats en de nationaliteit van klanten is onvoldoende om Nederlandse bevoegdheid te rechtvaardigen.
  • Een nauw verband met een Nederlandse bodemprocedure tegen de vermoedelijke dader schept geen internationale bevoegdheid voor de Nederlandse rechter in een afzonderlijke zaak tegen SiteGround.
  • De vordering tot gegevensverstrekking kwalificeert niet als een 'voorlopige of bewarende maatregel' in de zin van art. 35 Brussel I-bis.
  • Het GtFlix-arrest (HvJ EU 2021) over partiële bevoegdheid bij schadevergoedingsvorderingen is niet van toepassing omdat Constructora geen schadevergoeding van SiteGround vordert.

Samenvatting

Een Spaans bouwbedrijf dat luxevilla's bouwt in Spanje onder de naam 'Iberis Projects' stapte naar de Nederlandse rechter om via een Spaanse webhostingprovider te achterhalen wie er negatieve uitlatingen over hen plaatste op een website. Die poging strandde: zowel de rechtbank als het hof oordeelden dat de Nederlandse rechter hiervoor niet bevoegd is.

Constructora Icasa Malaga, haar bestuurder en een zakenpartner hadden de Spaanse hostingprovider SiteGround gesommeerd om naam-, adres- en woonplaatsgegevens en IP-adressen te verstrekken van de persoon achter de bewuste website. Het vermoeden bestond dat een in Nederland woonachtige persoon achter de negatieve publicaties zat, en de gegevens waren nodig om die persoon in een aparte procedure te kunnen aanpakken. SiteGround had de website inmiddels al verwijderd, maar weigerde de gevraagde gegevens te delen.

De voorzieningenrechter in Den Haag stelde in eerste aanleg vast dat hij niet bevoegd was. SiteGround is in Spanje gevestigd en valt daarmee niet onder de Nederlandse rechtsmacht op grond van de hoofdregel van de Europese verordening Brussel I-bis. Vervolgens onderzocht de rechter of een uitzondering gold op basis van de plek waar het 'centrum van belangen' van het slachtoffer ligt — een regel die geldt bij reputatieschade door onrechtmatige internetpublicaties. Constructora voerde aan dat haar belangen in Nederland liggen omdat het merendeel van haar klanten Nederlanders zijn. De voorzieningenrechter volgde dat argument niet: het bouwbedrijf verricht zijn activiteiten in Spanje en behaalt daar zijn omzet, ongeacht de nationaliteit van zijn klanten.

In hoger beroep bevestigde het Gerechtshof Den Haag dit oordeel, maar voegde een belangrijke nuance toe. Het hof stelde vast dat de vordering tegen SiteGround helemaal geen reputatieschadeclaim is. Constructora vraagt géén schadevergoeding van SiteGround, wil geen rectificatie en heeft ook geen verwijdering meer nodig — die heeft SiteGround al gedaan. De vordering gaat puur over het afgedwongen verstrekken van gegevens. Daarmee is de Europese rechtspraak over bevoegdheid bij onrechtmatige internetpublicaties simpelweg niet van toepassing op deze zaak.

Ook het argument dat er een nauw verband bestaat met de Nederlandse procedure tegen de vermoedelijke dader, bood geen uitkomst. Een dergelijk verband schept geen bevoegdheid voor de Nederlandse rechter in een afzonderlijke zaak tegen een derde partij. Evenmin kon de vordering worden gekwalificeerd als een 'voorlopige of bewarende maatregel' op grond waarvan de Nederlandse rechter wel bevoegdheid zou kunnen claimen, ook al zouden de hoofdprocedures in Nederland plaatsvinden.

Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter. De Nederlandse rechter is niet bevoegd kennis te nemen van de vordering van Constructora c.s. tegen SiteGround, en het hoger beroep werd verworpen.

Betrokken advocaten

mr. J.J. van der Goen

appellant

Van der Goen Advocaten, HILVERSUM

mr. F.J.B. Buitenhuis

verweerder

Delissen Martens advocaten belastingadviseurs mediation, 'S-GRAVENHAGE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

4 november 2025

Zaaknummer

200.347.677/01

Procedure

Hoger beroep kort geding

ECLI

ECLI:NL:GHDHA:2025:2260

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Zaken over Peruaanse olielekkage worden samengevoegd bij Haags hof
Gerechtshof Den Haag·31 maart 2026
Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
GHDHA:2026:372
Gerechtshof Den Haag·24 maart 2026
Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
GHDHA:2026:298
Gerechtshof Den Haag·10 maart 2026
Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
GHDHA:2026:52
Gerechtshof Den Haag·24 februari 2026
Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
GHDHA:2026:181
Gerechtshof Den Haag·24 februari 2026
Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht