ECLI:NL:GHDHA:2025:345, Gerechtshof Den Haag, 25-02-2025, 200.304.024/04 — GHDHA:2025:345
Samenvatting
De gemeente stelt een vordering in uit onverschuldigde betaling wegens teveel betaalde rente (de wettelijke handelsrente van art 6:119a BW ipv de wettelijke rente van art 6:119 BW). Het hof wijst deze vordering toe, nadat de ABRvS had beslist dat de gemeente de eerdere (foutieve) rentebeschikking heeft mogen corrigeren met een latere intrekkingsbeschikking. Het hof wijst de tegenvordering uit onrechtmatige daad ( wegens forse overschrijding van de beslistermijn op de aanvraag van een bouwvergunning) af. Geen bijzondere omstandigheden. Bovendien een te ver verwijderd verband.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:11402, Rechtbank Rotterdam, 01-10-2025, C/10/640940 / HA ZA 22-536
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:8940, Rechtbank Rotterdam, 16-07-2025, C/10/700090 / KG ZA 25-472
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2025:4337, Rechtbank Rotterdam, 07-04-2025, C/10/695030 / KG ZA 25-169
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2023:2995, Rechtbank Rotterdam, 05-04-2023, C/10/640940 / HA ZA 22-536
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
25 februari 2025
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
200.304.024/04
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:345