ECLI:NL:GHDHA:2025:439, Gerechtshof Den Haag, 20-03-2025, 22-001876-21 — GHDHA:2025:439
Samenvatting
Mensensmokkel. Vrijspraak. Verdachte was bijrijder in een door haar vriend bestuurde bestelbus waarin dertien personen werden gesmokkeld. Verdachte legt een verklaring af over de trip van haar en haar vriend, waarbij zij het standpunt inneemt dat zij op geen enkel moment voorafgaand aan de ontdekking van de gesmokkelde personen weet heeft gehad van hun aanwezigheid in de bus. Het hof is van oordeel dat de verklaring zoals deze door de verdachte is afgelegd op zichzelf zeer onwaarschijnlijk lijkt, maar dat die onwaarschijnlijkheid op zichzelf onvoldoende is om wettig en overtuigend bewezen te verklaren dat de verdachte wetenschap heeft gehad of moet hebben gehad van de vreemdelingen in de bestelbus. (Vergelijk punt 6 van Vellinga’s annotatie onder NJ 2021/348: “De enkele ongeloofwaardigheid van een verklaring, waarmee de verdachte het bewijs van het tenlastegelegde bestrijdt, kan immers niet het bewijs daarvan opleveren.”) Enkele handelingen van de verdachte zelf waarop het Openbaar Ministerie heeft gewezen, kunnen wat het hof betreft allemaal passen in een scenario waarin de verdachte geen wetenschap met betrekking tot de smokkel heeft gehad. Bij gebrek aan (ander) bewijs van verdachtes wetenschap, en daarmee van haar opzet, spreekt het hof de verdachte vrij.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2025:480, Gerechtshof Den Haag, 25-03-2025, 22-002837-24
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2025:477, Gerechtshof Den Haag, 25-03-2025, 22-002586-23
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2025:344, Gerechtshof Den Haag, 05-03-2025, 22-000175-24
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2024:7711, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-12-2024, 21-003618-21
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
20 maart 2025
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
22-001876-21
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:439