ECLI:NL:GHDHA:2025:466, Gerechtshof Den Haag, 11-03-2025, 200.343.969/01 — GHDHA:2025:466
Samenvatting
Kort geding in hoger beroep. Spoedeisend belang. De vorderingen zijn niet-ontvankelijk voor zover deze voorzieningen betreffen die in een procedure op grond van artikel 1:253a BW (hadden) kunnen worden verzocht. Het hoger beroep is wel ontvankelijk ten aanzien van de proceskostenveroordeling in eerste aanleg. Onvoldoende aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van compensatie.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:2031, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-02-2026, C/02/437712 / FA RK 25-3642
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:4418, Rechtbank Den Haag, 03-02-2026, C/09/674637 / FA RK 24-7661
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:756, Rechtbank Noord-Holland, 30-01-2026, C/15/365512 / FA RK 25-2571
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:2534, Rechtbank Den Haag, 12-01-2026, C/09/676440 / FA RK 24-8557
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 maart 2025
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
200.343.969/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:466