ECLI:NL:GHDHA:2025:830, Gerechtshof Den Haag, 18-03-2025, 200.341.899/01 — GHDHA:2025:830
Samenvatting
De advocaat van de man heeft tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd bevestigd dat hij de zaak in hoger beroep niet binnen acht dagen na het instellen daarvan heeft ingeschreven in het rechtsmiddelenregister. Dit was met het oog op de betrouwbaarheid van de openbare registers en de rechtszekerheid wel vereist. Het vorenstaande brengt mee dat de man niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn hoger beroep voor zover dat zich richt tegen het oordeel in het bestreden vonnis dat het vonnis, zo nodig, in de plaats treedt van het verlenen van medewerking door de man aan de notariële levering van de woning aan een derde.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2026:314, Rechtbank Noord-Nederland, 07-01-2026, 202171
Rechtbank Noord-Nederland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHARL:2025:5087, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-08-2025, 200.353.090/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHARL:2025:3755, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19-06-2025, 200.352.577/01 en 200.352.577/02
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2024:13733, Rechtbank Rotterdam, 17-12-2024, C/10/665423 / FA RK 23-6666
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 maart 2025
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
200.341.899/01
Procedure
Hoger beroep kort geding
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:830