ECLI:NL:GHDHA:2026:128, Gerechtshof Den Haag, 10-02-2026, 200.349.648/01 — GHDHA:2026:128
Samenvatting
Kort geding. Merkenzaak. Geen voldoende spoedeisend belang bij handhaving van een inbreukverbod voor de toekomst omdat de bodemrechter ondertussen aan gedaagde een gelijkluidend inbreukverbod heeft opgelegd. Geen voldoende spoedeisend belang bij handhaving van een inzageveroordeling voor de toekomst omdat ondertussen uitvoering is gegeven aan de veroordeling in eerste aanleg. Beoordeling van de grieven met het oog op de proceskostenveroordeling in eerste aanleg. Afstemmingsregel.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2024:10864, Rechtbank Den Haag, 15-07-2024, 664550
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:696, Gerechtshof Amsterdam, 19-03-2024, 200.314.388/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2023:8497, Rechtbank Den Haag, 14-06-2023, C/09/527162 / HA ZA 17-184
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2022:7684, Rechtbank Den Haag, 27-07-2022, C/09/528398 / HA ZA 17-273
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 februari 2026
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.349.648/01
Procedure
Hoger beroep kort geding
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2026:128