ECLI:NL:GHDHA:2026:129, Gerechtshof Den Haag, 20-01-2026, 200.354.792/01 — GHDHA:2026:129
Samenvatting
Werkneemster vordert een billijke vergoeding vanwege een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding die volgens haar door de werkgever is veroorzaakt. Zij stelt dat de werkgever haar in een gesprek heeft gezegd dat zij is op staande voet is ontslagen. Daardoor zijn de verhoudingen verstoord geraakt. Het hof oordeelt dat van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever geen sprake is. De werkgever heeft direct op verzoek van de advocaat bevestigd dat van een ontslag geen sprake is. Na dat gesprek hebben partijen gedurende een jaar geprobeerd de verhouding te herstellen. Verder heeft ook de werkneemster een rol gehad in het hoog oplopen van het conflict.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:9, Rechtbank Den Haag, 09-01-2026, 11778852 RP VERZ 25-50509
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2025:1129, Gerechtshof Amsterdam, 29-04-2025, 200.346.091/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2025:1239, Rechtbank Den Haag, 03-02-2025, 11223081 RP VERZ 24-50421
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:21654, Rechtbank Den Haag, 20-12-2024, 09/857118-19
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
20 januari 2026
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; ArbeidsrechtZaaknummer
200.354.792/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2026:129