Juristi.nl
ECLI:NL:GHDHA:2026:171Civiel Recht; Verbintenissenrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:171, Gerechtshof Den Haag, 13-01-2026, 200.341.032/01 — GHDHA:2026:171

Samenvatting

Vorderingen ter zake van (on)rechtmatigheid en (on)verbindendheid totstandkoming wijziging artikel 7.23d Arbobesluit, houdende uitzondering op verbod met een hijs- of hefwerktuig voor goederenvervoer personen te vervoeren; weigering tijdig voor mondelinge behandeling overgelegde producties wegens strijd met eisen goede procesorde, nu inhoud en omvang zodanig dat onduidelijk op welke (onderdelen van de) producties appellante zich wenst te beroepen, en het deels stukken betreft die, voor zover sprake is van zelfstandige grieven, in verband met de tweeconclusieregel in hoger beroep in de memorie van grieven hadden moeten opgenomen; weigering bij memorie van grieven overgelegde producties wegens strijd met in art. 2.13.1 Landelijk procesreglement voorgeschreven maximumomvang 25 bladzijden en eisen goede procesorde; appellante ex art. 131 Rv niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen tussenvonnis waarbij mondelinge behandeling is bevolen; appellante voorts niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring in vorderingen met betrekking tot (on)rechtmatigheid en (on)verbindendheid art. 7.23d Arbobesluit, omdat zij daarin bij deelvonnis wegens gebrek aan voldoende eigen belang niet-ontvankelijk is verklaard en zij hiertegen niet binnen appeltermijn hoger beroep heeft ingesteld; geen misbruik van procesrecht en schending waarheids- en volledigheidsplicht art. 21 Rv door geïntimeerde; geen rechtsplicht voorafgaand aan uitvaardigen regeling in overleg te treden met (organisaties) belanghebbenden en/of door regeling getroffenen; dergelijke verplichting volgt evenmin uit art. 4 ILO-Verdrag inzake veiligheid en gezondheid op het werk of redelijkheid en billijkheid; geen onrechtmatig handelen door op onbehoorlijke wijze voeren overleg zijdens geïntimeerde over wijziging art. 7.23d Arbobesluit; nieuwe grieven in spreekaantekeningen in strijd met tweeconclusieregel in hoger beroep; geen belang bij incidentele vordering ex art. 843a Rv; geen grond voor schadevergoeding en verwijzing naar schadestaatprocedure.

Betrokken advocaten

mr. S.O. Visch

appellant

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE

mr. R.J.E. Reidinga

appellant

Reidinga Advocatuur, EPE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

13 januari 2026

Zaaknummer

200.341.032/01

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHDHA:2026:171

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHDHA:2026:395
Gerechtshof Den Haag·24 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
GHDHA:2026:391
Gerechtshof Den Haag·24 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
GHDHA:2026:381
Gerechtshof Den Haag·24 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
GHDHA:2026:382
Gerechtshof Den Haag·24 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
GHDHA:2026:383
Gerechtshof Den Haag·24 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht