ECLI:NL:GHDHA:2026:345, Gerechtshof Den Haag, 03-03-2026, BK-25/284 — GHDHA:2026:345
Samenvatting
Verwijzingszaak (HR 7 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:360). Inkomstenbelasting. Art. 9.6 Wet IB 2001; verzoek om ambtshalve vermindering; fictieve weigering. Art. 6:20, lid 3, Awb juncto art. 6:24 Awb; hoger beroep wordt mede geacht te zijn gericht tegen het inmiddels genomen besluit van de Inspecteur. Art. 3.60 Wet IB 2001; inkomsten uit hennepteelt? Vereiste aangifte niet gedaan; bewijslast omgekeerd en verzwaard in procedure tegen afwijzing verzoek om ambtshalve vermindering. Redelijke schatting. Art. 67d AWR; vergrijpboete van 50% is passend en geboden. Geen aanleiding tot verdere matiging van de vergrijpboete wegens undue delay of medische toestand van belanghebbende.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2025:360, Hoge Raad, 07-03-2025, 23/03651
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2025:363, Hoge Raad, 07-03-2025, 23/03652
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2022:1708, Hoge Raad, 02-12-2022, 22/00197
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2022:1795, Hoge Raad, 02-12-2022, 22/00198
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
3 maart 2026
Instantie
Gerechtshof Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
BK-25/284
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2026:345