Juristi.nl
ECLI:NL:GHDHA:2026:4Civiel Recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:4, Gerechtshof Den Haag, 13-01-2026, 200.354.224/01 — GHDHA:2026:4

Samenvatting

Kort geding over vraag of de aanwijzing van de minister (geldend van 28 november 2024 tot 9 september 2025) aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd om niet handhavend op te treden tegen invoer van daartoe aangewezen geneesmiddelen uit het buitenland tegenover een Nederlandse apotheker, die in deze geneesmiddelen wil voorzien door deze zelf te bereiden, onrechtmatig is. Omdat de aanwijzing is komen te vervallen, oordeelt het hof dat het spoedeisend belang aan de vorderingen is komen te vervallen. Met het oog op de proceskostenveroordeling oordeelt het hof dat de voorzieningenrechter terecht heeft geoordeeld dat de Staat in redelijkheid tot de aanwijzing heeft kunnen komen en de apotheker in de proceskosten heeft veroordeeld.

Betrokken advocaten

mr. K. van Berloo

appellant

Eldermans & Geerts advocaten, ZEIST

mr. M.L. Batting

appellant

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

13 januari 2026

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

200.354.224/01

Procedure

Hoger beroep kort geding

ECLI

ECLI:NL:GHDHA:2026:4

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHDHA:2026:468
Gerechtshof Den Haag·31 maart 2026
Civiel Recht
GHDHA:2026:436
Gerechtshof Den Haag·24 maart 2026
Civiel Recht
GHDHA:2026:363
Gerechtshof Den Haag·17 maart 2026
Civiel Recht
GHDHA:2026:438
Gerechtshof Den Haag·17 maart 2026
Civiel Recht
GHDHA:2026:261
Gerechtshof Den Haag·10 maart 2026
Civiel Recht