ECLI:NL:GHSHE:2017:4428, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10-10-2017, 200.176.279_01 — GHSHE:2017:4428
Samenvatting
Staan contractuele verboden tot overdracht van rechten en plichten in de weg aan de verpanding van vorderingsrechten ten behoeve van de bank? Hebben zij goederenrechtelijke werking of uitsluitend verbintenisrechtelijke werking? Heeft de bank als pandhouder geprofiteerd van de wanprestatie, gelegen in de schending van de (verbintenisrechtelijk werkende) pandverboden? Staat de afstand van recht in de G-rekening-overeenkomst in de weg aan de door de bank toegepaste verrekening?
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2021:4910, Rechtbank Gelderland, 15-09-2021, C/05/370751 / HA ZA 20-312
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
ECLI:NL:RBOBR:2020:5404, Rechtbank Oost-Brabant, 04-11-2020, 362845 KG ZA 20-550
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2020:4716, Rechtbank Amsterdam, 24-09-2020, C/13/688571 / KG ZA 20-733
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2019:4091, Rechtbank Oost-Brabant, 10-07-2019, C/01/331764 / HA ZA 18-167
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
10 oktober 2017
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.176.279_01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2017:4428