ECLI:NL:GHSHE:2024:1872, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-06-2024, 22/1718 t/m 22/1270 en 22/1722 t/m 22/1725 — GHSHE:2024:1872
Samenvatting
Het hof is van oordeel dat het voorschrift van artikel 10:3, lid 3, Awb niet is geschonden Verder acht het hof aannemelijk dat de inspecteur beschikt over een nieuw feit in de zin van artikel 16 AWR, dat belanghebbende naar nationaal recht en op grond van de tussen Nederland en Zwitserland gesloten belastingverdragen in de jaren 2011 tot en met 2017 in Nederland woonde en dat de belastingaanslagen niet te hoog zijn vastgesteld.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:541, Hoge Raad, 27-03-2026, 25/01159
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:522, Hoge Raad, 27-03-2026, 25/03569
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:547, Hoge Raad, 27-03-2026, 25/04444
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:540, Hoge Raad, 27-03-2026, 25/00150
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
5 juni 2024
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
22/1718 t/m 22/1270 en 22/1722 t/m 22/1725
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2024:1872