ECLI:NL:GHSHE:2024:4071, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18-12-2024, 22/1356 en 22/1357 — GHSHE:2024:4071
Samenvatting
Tussenuitspraak. Accijns. In deze procedure rijst een vraag van uitlegging van het Unierecht. Het hof wendt zich daarom tot het Hof van Justitie van de Europese Unie met een prejudiciële vraag. De vraag ziet op de situatie dat de onder de accijnsschorsingsregeling overgebrachte goederen niet of niet geheel op de plaats van bestemming (Nederland) zijn aangekomen en dat tekort niet eerder is geconstateerd dan bij het uitladen van het transportmiddel. De vraag is dan of de constatering van het tekort de onregelmatigheid vormt en de lidstaat van aankomst (Nederland) derhalve heffingsbevoegd is, of dat de onbekend gebleven eerdere gebeurtenis welke heeft geleid tot het tekort dient te worden aangemerkt als de onregelmatigheid, zodat de lidstaat van verzending (België) heffingsbevoegd is.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2024:668, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 27-02-2024, 20-002685-21
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
ECLI:NL:GHSHE:2023:2556, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 08-08-2023, 20-002500-21
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
ECLI:NL:GHSHE:2022:1944, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21-06-2022, 20-001607-21
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
ECLI:NL:GHSHE:2022:1036, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-03-2022, 20-002386-18
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 december 2024
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
22/1356 en 22/1357
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2024:4071