ECLI:NL:GHSHE:2024:83, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16-01-2024, 200.316.171_01 — GHSHE:2024:83
Samenvatting
Geschil tussen broer als eiser/appellant, en zus en haar voormalige advocaat (die haar bijstond in procedure omtrent verdeling nalatenschap moeder) als gedaagden/geïntimeerden. Is sprake van gezag van gewijsde van de vonnissen/arresten in de eerdere procedure tussen broer en zus? Ja: op de in deze procedure ingediende vordering wegens overbedeling is al beslist. Gezag van gewijsde strekt zich ook uit tot vordering op de zus uit hoofde van onrechtmatige daad wegens gestelde schending art. 21 Rv in die procedure. Geen onrechtmatige daad voormalige advocaat zus jegens broer wegens schending art. 21 Rv en/of zorgvuldigheidsnorm, maatstaf HR 21 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:61.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2024:11225, Rechtbank Rotterdam, 09-10-2024, C/10/681273 / HA ZA 24-548
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2024:506, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20-02-2024, 200.316.171_01 H ( afwijzing)
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:GHARL:2023:8710, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-10-2023, 200.298.141/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:HR:2023:1260, Hoge Raad, 15-09-2023, 23/00829
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 januari 2024
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
200.316.171_01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2024:83