ECLI:NL:GHSHE:2024:91, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16-01-2024, 200.335.477_01 — GHSHE:2024:91
Samenvatting
Huurder overlijdt op 96-jarige leeftijd. De (60 jaar oud zijnde) zoon van de huurder heeft bijna 50 jaar bij zijn vader in de woning gewoond. De zoon heeft niet binnen de in artikel 7:268 lid 2 BW genoemde termijn van zes maanden een vordering ingesteld om de huur te mogen voortzetten. De verhuurder vordert in kort geding veroordeling van de zoon tot ontruiming omdat hij zonder recht of titel in de woning verblijft. De huurder betoogt dat het beroep van de verhuurder op het verstreken zijn van de in artikel 7:268 lid 2 BW genoemde termijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het hof verwerpt dat betoog van de huurder.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2024:2591, Gerechtshof Amsterdam, 04-07-2024, 200.325.392/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2023:1003, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-03-2023, 200.307.125_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2022:3021, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-08-2022, 200.307.677_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHSHE:2022:2751, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-08-2022, 200.298.302_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 januari 2024
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
Civiel Recht; Burgerlijk ProcesrechtZaaknummer
200.335.477_01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2024:91