ECLI:NL:GHSHE:2025:2458, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-09-2025, 200.343.478_01 — GHSHE:2025:2458
Samenvatting
Vordering in kort geding tot opheffing van executoriaal beslag op AOW-uitkering van echtpaar voor vordering die de gemeente in 2005 heeft verkregen op dat echtpaar ter zake een ten onrechte verstrekte bijstandsuitkering. Kort na ontstaan van de vordering hebben partijen een afbetalingsregeling getroffen waarop jarenlang is afgelost. Toepassing verjaringsregels BW omdat titel 4.4 van de Awb over bestuursrechtelijke geldschulden pas na het ontstaan van de vordering, namelijk op 1 juli 2009, in werking is getreden. Is de verjaring van de vordering op de voet van artikel 3:318 BW gestuit door een erkenning van de vordering door het echtpaar, blijkende uit het treffen van en gedurende vele jaren nakomen van de afbetalingsregeling?
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:514, Hoge Raad, 27-03-2026, 25/01880
Hoge Raad · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:HR:2026:500, Hoge Raad, 27-03-2026, 25/02576
Hoge Raad · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:GHSHE:2026:232, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-02-2026, 200.342.347_02
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Goederenrecht
ECLI:NL:PHR:2026:85, Parket bij de Hoge Raad, 23-01-2026, 25/02576
Parket bij de Hoge Raad · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
9 september 2025
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
200.343.478_01
Procedure
Hoger beroep kort geding
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:2458