ECLI:NL:GHSHE:2026:364, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-02-2026, 200.359.597_01 — GHSHE:2026:364
Samenvatting
Een ondernemer voert een agrarisch bedrijf. Bij de activiteiten van de ondernemer komt stikstof in het milieu. In het verleden is op grond van de toenmalige Natuurbeschermingswet een Programma Aanpak Stikstof gemaakt. Dat programma bracht mee dat voor activiteiten waarbij beperkt stikstof vrij kwam in de nabijheid van Natura 2000-gebieden geen vergunning hoefde te worden verkregen, maar dat onder voorwaarden met betrekking tot die stikstofdepositie kon worden volstaan met een melding. De ondernemer heeft een melding gedaan, heeft een zevende stal gebouwd en is daarin extra kippen gaan houden. Bij uitspraak van 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de bepalingen die onder andere voorzagen in een vrijstelling van de vergunningplicht in geval van een PAS-melding onverbindend verklaard wegens strijdigheid met de Habitatrichtlijn. Als gevolg daarvan verrichte de ondernemer haar extra activiteiten in strijd met de wet. De wetgever heeft beoogd PAS-melders zoals de ondernemer te hulp te komen met een op grond van de toenmalige Wet natuurbescherming (later Omgevingswet) gemaakt programma voor een periode van drie jaar. Vanwege een gebrek aan stikstofruimte heeft dat programma voor de ondernemer geen oplossing geboden. Inmiddels is een nieuw wetsvoorstel voor hulp aan PAS-melders aanhangig. Omdat een milieuorganisatie inmiddels bij het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg heeft verzocht handhavend tegen de ondernemer op te treden vordert hij in deze kort geding procedure dat het hof de Staat beveelt maatregelen te treffen die tot legalisering van zijn activiteiten leiden en die voorkomen dat handhavend wordt opgetreden. Het hof motiveert in deze uitspraak dat het de rechter niet is toegestaan een bevel met een dergelijke inhoud aan de wetgever (de Staat) te geven. De ondernemer kan wel schadevergoeding in geld vorderen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:2285, Gerechtshof Amsterdam, 02-09-2025, 200.346.387
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2024:11835, Rechtbank Noord-Holland, 13-11-2024, C/15/350850 / HA ZA 24-178
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBOVE:2023:4251, Rechtbank Overijssel, 25-10-2023, C/08/286696 / HA ZA 22-349
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2022:2241, Rechtbank Rotterdam, 24-03-2022, C/10/635270 / KG ZA 22-214
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 februari 2026
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
200.359.597_01
Procedure
Hoger beroep kort geding
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:364