ECLI:NL:GHSHE:2026:796, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-02-2026, 000042-26 — GHSHE:2026:796
Samenvatting
het hoger beroep tegen het bevel tot gevangenhouding is afgewezen. De ernstige bezwaren jegens verdachte zijn onverkort aanwezig. Het vluchtgevaar en het gevaar voor herhaling zijn de dragende gronden. met betrekking tot het vluchtgevaar is het volgende overwogen: Voorts is het hof van oordeel dat uit het geheel van de gedragingen van de verdachte en de omstandigheden die hem persoonlijk betreffen, een ernstig gevaar voor vlucht blijken, hetgeen de kans aanzienlijk vergroot dat de verdachte zich aan de berechting zal onttrekken. Gebleken is dat de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft en dat hij ten tijde van zijn aanhouding op weg was naar een niet-EU-land, te weten Zwitserland. De verdachte heeft eerder verklaard al geruime tijd in Zwitserland te wonen met zijn gezin en daar over een visum te beschikken. Echter, zowel het adres van verblijf als de verblijfsstatus van de verdachte konden niet worden geverifieerd, hetgeen de betrouwbaarheid van zijn verklaring raakt. Ten aanzien van het gevaar voor herhaling is door het hof onder meer het volgende overwogen: Het hof kan overigens de ogen niet sluiten voor de omstandigheid dat verdachte heeft verklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het aan hem vermeende strafbare feit ten behoeve van financieel gewin. Dit wijst immers op een mentaliteit die de kans op herhaling vergroot. Ter zitting in raadkamer heeft de raadsman van de verdachte aangevoerd dat de in de auto van de verdachte aangetroffen verdovende middelen onrechtmatig is verkregen en dat deze daarom dient te worden uitgesloten van bewijs. Het hof is in dit verband van oordeel dat de onrechtmatigheid van de in de auto van de verdachte aangetroffen verdovende middelen, althans de onrechtmatigheid van de doorzoeking van het voertuig, niet zonder nader onderzoek naar de concrete feiten en omstandigheid, waarvoor in raadkamer geen plaats is, niet evident uit het huidige procesdossier blijkt. Derhalve wordt het verweer van de verdediging op dit punt verworpen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2026:22, Centrale Raad van Beroep, 14-01-2026, 24/2365 WAJONG
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:12635, Rechtbank Limburg, 18-12-2025, ROE 25 / 2628 en ROE 25 / 2630
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:11477, Rechtbank Limburg, 21-11-2025, 03/179574-24
Rechtbank Limburg · Strafrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:2609, Rechtbank Overijssel, 29-04-2025, 08.305161.22 (P)
Rechtbank Overijssel · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
5 februari 2026
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
000042-26
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:796