Belgische jongere vrijgesproken voor rijden zonder rijbewijs op trage bromfiets — GHSHE:2026:857
verkeersstrafrecht / rijbewijsplicht bromfiets / EU-richtlijn rijbewijzen
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie
Verweerder / gedaagde
Verdachte (Belgische jongere, geboren 2006)
Verdachte vrijgesproken van rijden zonder rijbewijs, omdat de Europese rijbewijsrichtlijn niet van toepassing is op bromfietsen met een maximumsnelheid van 25 km/u of minder.
- Bromfiets met maximumconstructiesnelheid van 25 km/u valt buiten het toepassingsgebied van EU-rijbewijsrichtlijn 2006/126/EG
- Artikel 108 lid 4 Wegenverkeerswet 1994 sluit de rijbewijsplicht uit voor EU-inwoners in internationaal verkeer op voertuigen waarop de richtlijn niet van toepassing is
- Verdachte woont in België (EU-lidstaat) en reed in internationaal verkeer, waardoor de wettelijke uitzondering op de rijbewijsplicht van toepassing is
- Hof vernietigt vonnis van kantonrechter en spreekt verdachte vrij
Samenvatting
Een Belgische jongere stond terecht omdat hij op 23 juni 2023 op de Baarleseweg in Alphen (gemeente Alphen-Chaam) reed op een bromfiets zonder rijbewijs. Dat is in Nederland verboden op grond van de Wegenverkeerswet. De rechtbank in Breda had hem eerder veroordeeld tot een werkstraf van 16 uur, waarvan 8 uur voorwaardelijk. De jongere, geboren in 2006, ging in hoger beroep en vroeg het hof om vrijspraak.
Het cruciale punt in deze zaak draait om een Europese richtlijn over rijbewijzen. De verdachte woont in België, een EU-lidstaat, en reed in internationaal verkeer op een bromfiets met een maximale constructiesnelheid van slechts 25 kilometer per uur. In België is voor zo'n langzame bromfiets geen rijbewijs vereist, en de verdachte had er dan ook geen.
De Wegenverkeerswet kent een uitzondering op de rijbewijsplicht voor bestuurders uit andere EU-lidstaten die in internationaal verkeer rijden. Die uitzondering geldt echter alleen als de Europese rijbewijsrichtlijn (2006/126/EG) niet van toepassing is op het betreffende voertuig. Precies dat punt was in deze zaak doorslaggevend.
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch stelde vast dat de Europese richtlijn bromfietsen met een maximumconstructiesnelheid van 25 kilometer per uur of minder uitdrukkelijk uitsluit van haar toepassingsgebied. De richtlijn regelt alleen voertuigen die harder kunnen rijden — tot 45 kilometer per uur. Omdat de bromfiets van de verdachte maximaal 25 km/u kan rijden, valt die buiten de richtlijn.
Dat betekent dat de uitzondering van artikel 108, vierde lid van de Wegenverkeerswet wél van toepassing is: voor een EU-inwoner die in internationaal verkeer rijdt op een bromfiets waarop de Europese richtlijn niet van toepassing is, geldt de Nederlandse rijbewijsplicht niet. De verdachte kon daarmee een geslaagd beroep doen op deze wettelijke uitzondering.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en sprak de jongere vrij van het tenlastegelegde.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2026:97, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16-01-2026, 20-002694-24
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
ECLI:NL:GHSHE:2025:3487, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-12-2025, 20-000249-25
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
ECLI:NL:GHSHE:2024:1258, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-04-2024, 20-003188-23
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
ECLI:NL:GHSHE:2022:515, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18-02-2022, 20-001644-16
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Gerechtshof 's-HertogenboschRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
20-003032-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:857