ECLI:NL:HR:2010:BL9293, Hoge Raad, 09-07-2010, 08/03418 — HR:2010:BL9293
Samenvatting
Octrooirecht. Art. 43 lid 3 en art. 44 Rijksoctrooiwet (1910). Beroepsfout octrooigemachtigde door geen desbewustzijnsexploot aan inbreukmaker uit te brengen als gevolg waarvan vordering licentienemer op inbreukmaker is afgewezen. Geen beroepsfout jegens licentienemer nu contract niet met hem is gesloten. De octrooihouder heeft in zijn eigen vermogen geen schade geleden gelijk aan gevorderde, doch afgewezen, vergoeding van de schade die de inbreukmaker zonder de beroepsfout aan de licentienemer verschuldigd zou zijn geweest en is dus niet gerechtigd het desbetreffende bedrag in een op die beroepsfout gebaseerde procedure van octrooigemachtigde te vorderen. Afwijzing vordering licentienemer op octrooigemachtigde levert geen schade op voor de octrooihouder.
Betrokken advocaten
mr. R.A.A. Duk
eiser
mr. R.L. Bakels
eiser
mr. C.J.J.C. van Nispen
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2025:1962, Hoge Raad, 19-12-2025, 24/03522
Hoge Raad · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:HR:2025:1883, Hoge Raad, 12-12-2025, 25/00338
Hoge Raad · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:HR:2025:1797, Hoge Raad, 28-11-2025, 24/04715
Hoge Raad · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:HR:2025:1804, Hoge Raad, 28-11-2025, 24/04394
Hoge Raad · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
9 juli 2010
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
08/03418
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BL9293