ECLI:NL:HR:2015:638, Hoge Raad, 17-03-2015, 14/01499 — HR:2015:638
Samenvatting
Verstekverlening, aanwezigheidsrecht. ’s Hofs beslissing om tegen de verdachte verstek te verlenen en het o.t.tz. voort te zetten is, achteraf bezien onjuist, nu uit een aan de schriftuur gehecht schrijven van het Ministerie van Buitenlandse Zaken - aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld - moet worden afgeleid dat verdachte t.t.v. de behandeling van zijn zaak in h.b. i.v.m. een andere strafzaak in Argentinië was gedetineerd. Gelet op het grote belang van verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn dient verdachte de mogelijkheid te hebben om zijn zaak alsnog in h.b. in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen.
Betrokken advocaten
mr. F. van der Meij
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2023:987, Hoge Raad, 27-06-2023, 21/02895 P
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2023:820, Hoge Raad, 06-06-2023, 20/01279
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2023:552, Hoge Raad, 11-04-2023, 21/02757
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2017:38, Hoge Raad, 17-01-2017, 16/00603
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 maart 2015
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
14/01499
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:638