ECLI:NL:HR:2019:925, Hoge Raad, 14-06-2019, 18/00524 — HR:2019:925
Samenvatting
IPR. Internationale bevoegdheid. Art. 7, aanhef en punt 2, Verordening Brussel I-bis (nr. 1215/2012). Collectieve actie ten behoeve van aandeelhouders met Nederlandse beleggingsrekening op de grond dat BP hen onjuist, onvolledig of misleidend heeft geïnformeerd over de olieramp uit 2010 in de Golf van Mexico. Rechtbank en hof hebben zich onbevoegd verklaard. Biedt schade op beleggingsrekening voldoende aanknopingspunten om Nederland als 'Erfolgsort' te kwalificeren? Bijzondere of bijkomende omstandigheden voor bevoegdheid Nederlandse rechter. Betekenis van de omstandigheid dat sprake is van collectieve actie op de voet van art. 3:305a BW. Voornemen tot het stellen van prejudiciële vragen aan HvJEU.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2025:388, Hoge Raad, 14-03-2025, 23/04444
Hoge Raad · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:HR:2024:823, Hoge Raad, 07-06-2024, 23/02289
Hoge Raad · Civiel Recht
ECLI:NL:HR:2024:711, Hoge Raad, 17-05-2024, 23/02022
Hoge Raad · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:PHR:2024:372, Parket bij de Hoge Raad, 05-04-2024, 23/02289
Parket bij de Hoge Raad · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 juni 2019
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
Civiel Recht; Internationaal PrivaatrechtZaaknummer
18/00524
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:925