ECLI:NL:HR:2023:981, Hoge Raad, 27-06-2023, 21/04933 — HR:2023:981
Samenvatting
Als leider deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.4 Sr) en feitelijk leiding geven aan groot aantal gevallen van (medeplegen van) valsheid in geschrift (art. 225 Sr) en aan gewoontewitwassen (art. 420bis jo. 420ter Sr) in trustsector. 1. Afwijzing verzoek tot opnieuw horen van getuige die in eerste aanleg door RC is gehoord toen verdachte niet werd bijgestaan door raadsman. Beslissing op regiezitting in stand gebleven? Art. 418.2 en 322.4 Sv 2. Kernroljurisprudentie en ontbreken rechtsbijstand, art. 423.2 Sv. Vormen gestelde verzuimen (door RC en/of Rb niet onderzoeken of verdachte bewust afstand van rechtsbijstand heeft gedaan en door RC geen raadsman aan verdachte toevoegen i.v.m. getuigenverhoor) grond voor terugwijzing van zaak naar Rb? Ad 1. Art. 322.4 Sv heeft geen betrekking op beslissingen die zijn gegeven ex art. 418.2 of 418.3 Sv (vgl. HR:2016:2583). Opvatting dat geen sprake is van berechting in e.a. op tegenspraak a.b.i. art. 418.2 Sv als in procesfase waarin getuigenverhoor door RC heeft plaatsgevonden verdachte niet van rechtsbijstand was voorzien en aan hem ten onrechte door RC ook geen raadsman was toegevoegd, is onjuist omdat voor berechting in e.a. op tegenspraak beslissend is of verdachte in e.a. ttz. is verschenen dan wel zich daar heeft laten verdedigen door gemachtigde advocaat. Omdat verdachte ttz. in e.a. is verschenen, heeft berechting in e.a. plaatsgevonden op tegenspraak. ’s Hofs afwijzing van getuigenverzoek op regiezitting is dus gegeven o.g.v. art. 418.2 Sv. Daarnaast moet ervan worden uitgegaan dat onderzoek ttz. in hoger beroep bij inhoudelijke behandeling i.v.m. gewijzigde samenstelling van hof opnieuw is aangevangen. ’s Hofs einduitspraak berust ook niet mede op beslissing op regiezitting. Daarom vindt art. 322.4 Sv geen toepassing. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:1996:ZD0442 m.b.t. vraag in welke gevallen hof zaak dient terug te wijzen naar Rb. Hof heeft vastgesteld dat verdachte die aanvankelijk van rechtsbijstand was voorzien uitdrukkelijk ervoor heeft gekozen bij behandeling van strafzaak in e.a. eigen verdediging te voeren en zich niet te laten bijstaan door raadsman en dat niet is gebleken dat verdachte in e.a. op enig moment daarop is teruggekomen. ‘s Hofs afwijzing van verzoek tot terugwijzing - op grond dat geen sprake is van in kernroljurisprudentie bedoeld geval waarin Rb niet aan inhoudelijke behandeling had mogen toekomen en ook niet van geval dat daarmee gelijk moet worden gesteld - getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Daarbij is niet van belang of gestelde verzuimen van RC en/of Rb zich hebben voorgedaan omdat, v.zv. dat al het geval is, die verzuimen - mede in aanmerking genomen dat verdachte in h.b. werd bijgestaan door raadsman - door behandeling in h.b. konden worden hersteld. Volgt verwerping. CAG: middel over getuigenverzoek slaagt deels maar leidt niet tot cassatie.
Betrokken advocaten
mr. W.J. Koops
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2024:5130, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14-08-2024, 21-006716-18
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:8182, Rechtbank Rotterdam, 06-08-2024, 10/997000-12 (ontneming)
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2024:3021, Rechtbank Noord-Nederland, 02-08-2024, C/19/148350 / KG ZA 24-75
Rechtbank Noord-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2024:1639, Gerechtshof Amsterdam, 14-06-2024, 23-002213-21
Gerechtshof Amsterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 juni 2023
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
21/04933
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:981