ECLI:NL:HR:2024:1783, Hoge Raad, 10-12-2024, 22/03824 — HR:2024:1783
Samenvatting
Bedreiging, meermalen gepleegd (art. 285.1 Sr) en opruiing (art. 131.1 Sr). Bevel voorzitter hof tot verwijdering van verdachte uit zittingszaal bij ordeverstoring o.g.v. art. 273.3 Sv. Moest hof onderzoeken of verdachte kon terugkeren in zittingszaal om zich te verdedigen nadat hij op bevel van voorzitter hof tijdens requisitoir AG uit zittingszaal was verwijderd? O.g.v. art. 273.3 Sv kan voorzitter van Rb of hof bevelen dat verdachte die na eerdere, vergeefse waarschuwing orde op tz. opnieuw verstoort, uit zittingszaal wordt verwijderd. Bij die eerdere waarschuwing wordt verdachte ook gewezen op dit mogelijke gevolg. Toepassing van deze bevoegdheid tot verwijdering van verdachte bij ordeverstoring, is in beginsel niet onverenigbaar met het in art. 6 EVRM gegarandeerde recht van verdachte op eerlijk proces. Wel kan daaruit voortvloeiend recht van verdachte om aanwezig te zijn bij berechting en effectieve verdediging te voeren, meebrengen dat bevel tot verwijdering wordt beperkt tot bepaalde onderdelen van onderzoek ttz. of tot moment waarop verdachte is gekalmeerd. Ook kan dit meebrengen dat rechter, voordat hij onderzoek sluit, onderzoekt of verdachte kan terugkeren in zittingszaal. Als verdachte op tz. niet wordt bijgestaan door raadsman, is rechter in beginsel tot zo’n onderzoek gehouden. Als verdachte na verwijdering kan terugkeren in zittingszaal wordt hem meegedeeld wat tijdens zijn afwezigheid is voorgevallen. Voorzitter hof heeft o.g.v. art. 273.3 Sv verwijdering van verdachte uit zittingszaal bevolen omdat deze herhaald orde verstoorde voorafgaand aan en tijdens requisitoir AG. Uit p-v van tz. blijkt niet dat hof heeft onderzocht of verdachte (die niet werd bijgestaan door raadsman) kon terugkeren in zittingszaal en evenmin waarom het zo’n onderzoek niet nodig achtte. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2025:1197, Hoge Raad, 26-08-2025, 24/03182
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:499, Hoge Raad, 08-04-2025, 23/00210
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:94, Hoge Raad, 21-01-2025, 22/02939
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2024:1833, Hoge Raad, 17-12-2024, 22/02818
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 december 2024
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
22/03824
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1783