Juristi.nl
ECLI:NL:HR:2024:1821Strafrecht

ECLI:NL:HR:2024:1821, Hoge Raad, 10-12-2024, 22/01091 — HR:2024:1821

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit witwassen, begaan door rechtspersoon, door uit misdrijf afkomstig geldbedrag aan te wenden als startkapitaal voor aankoop van auto’s ten behoeve van verhuur en verkoop daarvan. Motivering schatting w.v.v. Kon hof het in strafzaak als voorwerp van witwassen aangemerkte geldbedrag van € 190.000 aanmerken als w.v.v.? Bij bepaling van w.v.v. moet worden uitgegaan van voordeel dat betrokkene in concrete omstandigheden van geval daadwerkelijk heeft behaald (vgl. HR:2015:3364). HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:1077 m.b.t. vraag of en, zo ja, op welke manier na veroordeling wegens witwassen ontneming van w.v.v. kan plaatsvinden o.g.v. art. 36e Sr en overweegt dat hetgeen in dat arrest is overwogen niet anders is bij omzetten van een uit misdrijf afkomstig voorwerp in relatie tot (waarde van) voorwerp waarin dat wordt omgezet. Uit enkele omstandigheid dat geldbedragen zijn omgezet, volgt immers nog niet dat, en in welke mate, betrokkene over meer vermogen is komen te beschikken dan de al verworven uit misdrijf afkomstige geldbedragen of dat betrokkene anderszins op geld waardeerbaar voordeel heeft gehad a.g.v. die omzetting (vgl. HR:2021:194). In strafzaak is bewezenverklaard dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, bestaande uit (i) omzetten van geldbedragen van in totaal € 190.000 en (ii) verhullen van werkelijke aard en herkomst van die geldbedragen, waarbij verhullen heeft bestaan in aankoop van auto’s t.b.v. verhuur en/of verkoop. Hof heeft bij schatting van w.v.v. tot uitgangspunt genomen dat betrokkene heeft beschikt over startkapitaal dat uit enig misdrijf afkomstig is (waarbij hof kennelijk oog heeft op geldbedragen van in totaal € 190.000 ten aanzien waarvan bewezenverklaarde witwasgedragingen zijn verricht), dat betrokkene dit geldbedrag heeft uitgegeven voor aanschaf van auto’s en dat zij door startkapitaal zo om te zetten in auto’s ten behoeve van verhuur en/of verkoop de werkelijke aard en herkomst van bedrag heeft verhuld. Hof heeft vervolgens waarde van die auto’s bepaald op in totaal € 305.833. Door dit laatste bedrag geheel als voordeel d.m.v. of uit baten van witwassen aan te merken, heeft hof ook bedrag van € 190.000 aangemerkt als (deel van dat) w.v.v. Daarin ligt als ’s hofs oordeel besloten dat betrokkene met omzetten van startkapitaal (dat voorwerp is van bewezenverklaarde witwasgedragingen) al tot bedrag van € 190.000 aan w.v.v. heeft verkregen uit dat witwassen. Dat oordeel is niet begrijpelijk, nu enkel aanwenden van dat bedrag voor aanschaf van dure auto’s niet met zich brengt dat vermogen van betrokkene met dit bedrag is toegenomen. HR merkt nog op dat in situatie dat buiten redelijke twijfel vaststaat dat persoon die is veroordeeld voor witwassen, tevens degene is die gronddelict heeft begaan, mogelijkheid openstaat dat bij deze persoon o.g.v. art. 36e.2 Sr wederrechtelijk voordeel wordt ontnomen dat is verkregen uit dat gronddelict. Als onopgehelderd blijft of onduidelijk is wie dat gronddelict heeft begaan, dan sluit dat niet uit dat t.a.v. persoon die is veroordeeld voor witwassen een ontnemingsvordering wordt ingesteld die is gebaseerd op art. 36e.3 Sr. Op die grond kan ontneming van w.v.v. plaatsvinden als aannemelijk is dat misdrijf waarvoor betrokkene is veroordeeld of andere strafbare feiten er op enigerlei wijze toe hebben geleid dat betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Het is mogelijk dat vermogensbestanddeel waarover betrokkene de beschikking heeft en dat voorwerp vormt ten aanzien waarvan misdrijf witwassen is begaan (zoals i.c. waarin aan rechtspersoon kennelijk startkapitaal dat afkomstig is uit enig misdrijf ter beschikking is gesteld zonder enige reële tegenprestatie) in kasopstelling wordt betrokken en op die manier meetelt als vermogensbestanddeel van betrokkene in berekening van het o.g.v. art. 36e.3 Sr te ontnemen voordeel. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 22/01089, 22/01090 P en 22/01092. CAG: anders.

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

10 december 2024

Instantie

Hoge Raad

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

22/01091

Procedure

Cassatie

ECLI

ECLI:NL:HR:2024:1821

Bekijk op rechtspraak.nl