Juristi.nl
ECLI:NL:HR:2024:78Strafrecht

ECLI:NL:HR:2024:78, Hoge Raad, 30-01-2024, 22/01438 — HR:2024:78

Samenvatting

Medeplichtigheid aan woningoverval, art. 312.2 Sr. Was (voorwaardelijk) opzet van verdachte mede gericht op (bedreigen met) geweld? Uit art. 47, 48 en 49 Sr volgt dat enerzijds t.a.v. medeplichtige bij bewezenverklaring en kwalificatie moet worden uitgegaan van de door dader verrichte handelingen, ook als opzet van medeplichtige slechts was gericht op deel daarvan en dat anderzijds maximum van de aan medeplichtige op te leggen straf een derde minder bedraagt dan maximum van straf, gesteld op misdrijf dat medeplichtige voor ogen stond. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2011:BO4471 m.b.t. situatie waarin (voorwaardelijk) opzet van medeplichtige niet (volledig) is gericht op gronddelict en eis dat misdrijf waarop opzet van medeplichtige wel was gericht voldoende verband moet houden met gronddelict. Daarbij zijn aard van gronddelict, aard van gedraging van medeplichtige en overige omstandigheden van het geval van belang. ’s Hofs bewijsvoering houdt in dat verdachte wist dat daders een woninginbraak zouden plegen en dat zij daarbij kluis wilden meenemen. Daaruit volgt dat opzet van verdachte in elk geval was gericht op behulpzaam zijn van 2 anderen bij diefstal in vereniging van kluis en dus op deel van de door daders verrichte handelingen. Dat misdrijf houdt voldoende verband met gronddelict (medeplegen diefstal met geweld) waarop bewezenverklaarde medeplichtigheid ziet. Nu dit voldoende verband met gronddelict aanwezig is, kon hof bij bewezenverklaring en kwalificatie uitgaan van de door daders verrichte handelingen. Dat betekent dat, ook als wordt aangenomen dat (voorwaardelijk) opzet van verdachte niet mede betrekking had op (bedreigen met) geweld, door hof genomen beslissingen over bewezenverklaring en kwalificatie in stand kunnen blijven. Verdachte heeft daarom geen belang bij de tegen bewezenverklaring gerichte klacht. Volgt verwerping.

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

30 januari 2024

Instantie

Hoge Raad

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

22/01438

Procedure

Cassatie

ECLI

ECLI:NL:HR:2024:78

Bekijk op rechtspraak.nl