ECLI:NL:HR:2025:1099, Hoge Raad, 08-07-2025, 24/02413 — HR:2025:1099
Samenvatting
BTW-fraude m.b.t. levering schrootmateriaal vanuit Nederland naar Verenigd Koninkrijk (pre-Brexit), waarbij verdachte als tussenschakel fungeert. Medeplegen valsheid in geschrift, begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 225.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Heeft verdachte de aangiften omzetbelasting valselijk opgemaakt en/of doen/laten opmaken? V.zv. middel klaagt over bewijsoordelen opgenomen in arrest in samenhangende zaak HR:2025:1096, faalt het op de in dat arrest genoemde gronden. V.zv. het in aanvulling daarop klaagt over specifiek in de zaak tegen verdachte onder 1 bewezenverklaarde feiten, faalt het om redenen vermeld in CAG. Volgt verwerping. Samenhang met 24/02411, 24/02412, 24/02468, 24/02469, 24/02470, 24/0290 en 24/0291.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2025:1490, Hoge Raad, 07-10-2025, 24/01043
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1197, Hoge Raad, 26-08-2025, 24/03182
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:793, Hoge Raad, 27-05-2025, 22/04459
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:451, Hoge Raad, 25-03-2025, 25/00203
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 juli 2025
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
24/02413
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1099