Juristi.nl
ECLI:NL:HR:2025:331Strafrecht

ECLI:NL:HR:2025:331, Hoge Raad, 18-03-2025, 22/02114 — HR:2025:331

Samenvatting

Economische zaak. Opzettelijk begane overtreding van Wet vervoer gevaarlijke stoffen, begaan door rechtspersoon door als professionele vervoerder van gevaarlijke stoffen niet met inachtneming van alle veiligheidsvoorschriften te handelen, art. 47 Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. Kon hof oordelen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van meldplicht van art. 47 Wvgs, omdat sprake is van ongeval dat van dien aard was dat het tot gevaar van openbare veiligheid of tot schade kon leiden, en dat uitsluitend inspecteur van ILT kan beoordelen of tank waarvan chauffeur en berger hebben vastgesteld dat deze onbeschadigd is, verplaatst en geborgen mag worden? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Art. 47.1 Wvgs roept meldplicht in het leven voor degene die handeling a.b.i. art. 2.1 Wvgs verricht indien zich daarbij ongevallen voordoen, waardoor gevaar voor openbare veiligheid kan ontstaan. Of dergelijke handeling kan leiden tot schade aan openbare veiligheid lijkt voor het doen ontstaan van meldplicht, bij strikt tekstuele benadering, niet van belang. In het licht van wetsgeschiedenis bij art. 47 Wvgs (i.h.b. doelstelling die aan Wvgs ten grondslag ligt) levert ongeval dat schade kan berokkenen aan openbare veiligheid ook gevaar aan die veiligheid op. Hof heeft in zijn overwegingen tot uitdrukking gebracht dat, gezien aard van ongeval, visuele inspectie van enkel tank niet kon uitsluiten dat mogelijkerwijs elders schade aan de in tll. genoemde transporteenheid was of kon ontstaan, waardoor lekkage kon optreden en er daardoor gevaar voor openbare veiligheid kon ontstaan. Hof heeft in zijn overwegingen voorts tot uitdrukking gebracht dat niet direct zichtbare schade kon zijn ontstaan waarmee bij het bergen van transporteenheid rekening moest worden gehouden. Klacht, die er vanuit gaat dat in ’s hofs oordeel kennelijk besloten ligt “dat uitsluitend inspecteur van ILT kan beoordelen of tank waarvan chauffeur en berger hadden vastgesteld dat deze onbeschadigd is, verplaatst en geborgen mag worden”, berust op verkeerde lezing van ’s hofs arrest en mist daardoor feitelijke grondslag. Volgt verwerping. Samenhang met 22/02073 E.

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

18 maart 2025

Instantie

Hoge Raad

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

22/02114

Procedure

Cassatie

ECLI

ECLI:NL:HR:2025:331

Bekijk op rechtspraak.nl