ECLI:NL:HR:2026:22, Hoge Raad, 06-01-2026, 23/03996 — HR:2026:22
Samenvatting
Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van amfetamine, MDMA, heroïne en cocaïne in panden in Emmen en Roermond (art. 2.C Opiumwet), medeplegen productie van en handel in harddrugs (art. 2.B Opiumwet) en medeplegen witwassen van opbrengsten daarvan (art. 420bis.1.b Sr). Bewijsklachten medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen t.a.v. machtssfeer van verdachte, wetenschap van aanwezigheid van drugs en medeplegen. Kon hof oordelen dat verdachte samen met anderen opzettelijk verdovende middelen aanwezig heeft gehad in panden? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04170.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:482, Hoge Raad, 24-03-2026, 24/04507
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1702, Hoge Raad, 18-11-2025, 25/00055
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1551, Hoge Raad, 14-10-2025, 22/04905
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1509, Hoge Raad, 14-10-2025, 23/01464
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 januari 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23/03996
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:22