ECLI:NL:HR:2026:385, Hoge Raad, 17-03-2026, 24/02485 — HR:2026:385
Samenvatting
Caribische zaak. Medeplegen vervoeren en aanwezig hebben van ruim 1.600 kg cocaïne op boot in Caribische Zee nabij Venezuela, art. 3.B en 3.C Opiumlandsverordening 1960. 1. Afwijzing van herhaald verzoek om resultaten van onderzoek door Landsrecherche bij processtukken te voegen, art. 4.1 SvC. 2. Verweer dat vervolging van verdachte(n) dusdanig apert onevenredig is dat met (voortzetting van) vervolging geen door strafrechtelijke handhaving beschermd belang kan zijn gediend en verzuim van hof om ambtshalve onderzoek te verrichten naar ontvankelijkheid van OM in vervolging. 3. Verweer dat OM n-o moet worden verklaard in vervolging. HR: art. 81.1 RO, mede gelet op HR:2026:383 t.a.v. verzoek tot voeging bij processtukken. Samenhang met 24/02483 C en 24/02484 C.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:489, Hoge Raad, 24-03-2026, 24/01023
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1551, Hoge Raad, 14-10-2025, 22/04905
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1509, Hoge Raad, 14-10-2025, 23/01464
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:805, Hoge Raad, 27-05-2025, 23/00607
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
24/02485
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:385