ECLI:NL:HR:2026:423, Hoge Raad, 24-03-2026, 23/00758 — HR:2026:423
Samenvatting
Opzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting (art. 69.1 AWR) en opzettelijk niet voeren van een bij belastingwet verplichte administratie (art. 69.1 AWR). 1. Afwijzing van voorafgaand aan tz. in hoger beroep gedaan, ttz. in h.b. gehandhaafd en op latere tz. In h.b. herhaald verzoek tot horen van belastingambtenaar als getuige, op de grond dat noodzaak daartoe niet is gebleken. 2. Verweer dat OM n-o moet worden verklaard in vervolging voor niet voeren van deugdelijke administratie, omdat belastinginspecteur voorafgaand aan die vervolging niet informatiebeschikking o.g.v. art. 52a AWR heeft genomen. 3. Bewijsklachten niet doen van aangiften vennootschapsbelasting. 4. Bewijsklacht opzet. 5. Strafmotivering (geldboete van € 48.500). Kon hof geldboete van deze hoogte opleggen en heeft hof daarbij rekening gehouden met draagkracht van verdachte? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/00760 en 23/00761.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:489, Hoge Raad, 24-03-2026, 24/01023
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:805, Hoge Raad, 27-05-2025, 23/00607
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:462, Hoge Raad, 01-04-2025, 23/01305
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:173, Hoge Raad, 04-02-2025, 24/03154
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23/00758
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:423