ECLI:NL:HR:2026:425, Hoge Raad, 24-03-2026, 23/00761 — HR:2026:425
Samenvatting
Opzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting, art. 69.1 AWR. Bewijsklacht niet doen van aangiften vennootschapsbelasting over jaren 2015 en 2016. Heeft verdachte in bewezenverklaarde periode de aangiften vennootschapsbelasting over jaren 2015 en 2016 niet gedaan? Hof heeft vastgesteld dat verdachte was uitgenodigd tot doen van aangiften vennootschapsbelasting over jaren 2015 en 2016. Deze aangiften zijn tijdens bewezenverklaarde periode gedaan, terwijl over jaren 2015 en 2016 nog geen (ambtshalve) aanslagen waren opgelegd door inspecteur. ’s Hofs o.m. op deze vaststellingen gebaseerde oordeel dat verdachte in bewezenverklaarde periode van 1-3-2012 tot en met 12-12-2018 aangiften vennootschapsbelasting over jaren 2015 en 2016 ‘niet heeft gedaan’, is daarom niet begrijpelijk. Slagen van hierop gerichte klacht leidt echter niet cassatie omdat weglaten van dit deel van bewezenverklaring de aard en ernst van bewezenverklaarde in zijn geheel beschouwd niet aantast. Volgt verwerping. CAG (strekking): vernietiging bewezenverklaring, v.zv. inhoudende dat verdachte aangiften vennootschapsbelasting over jaren 2015 en 2016 niet heeft gedaan, en vrijspraak van dit onderdeel. Samenhang met 23/00758 en 23/00760.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:489, Hoge Raad, 24-03-2026, 24/01023
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:805, Hoge Raad, 27-05-2025, 23/00607
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:462, Hoge Raad, 01-04-2025, 23/01305
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:173, Hoge Raad, 04-02-2025, 24/03154
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23/00761
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:425