ECLI:NL:HR:2026:440, Hoge Raad, 17-03-2026, 24/01870 — HR:2026:440
Samenvatting
Opzettelijk aanwezig hebben van 28,7 kg hennep op woonboot van oom van verdachte, waar verdachte verblijft (art. 3.C Opiumwet). Bewijsklacht opzettelijk aanwezig hebben van hennep. Volgt uit bewijsvoering dat verdachte wist van hennep en dat die hennep zich in haar machtssfeer heeft bevonden? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:1945 over ‘aanwezig hebben’ a.b.i. Opiumwet. Hof heeft bewezenverklaard dat verdachte opzettelijk hoeveelheid van 28,7 kilogram hennep (drooggewicht) aanwezig heeft gehad. Daarbij heeft hof in aanmerking genomen dat het niet anders kan dan dat verdachte zich bewust is geweest van grote hoeveelheid sterk ruikende hennep die in nacht van 23-3-2015 in kelder van woonboot van oom van verdachte is aangetroffen en dus in haar nabije omgeving aanwezig was, dat binnenbrengen van meerdere zakken van deze hennep met nodig lawaai gepaard moet zijn gegaan en dat verklaring van verdachte dat zij lag te slapen, ongeloofwaardig is. Deze omstandigheden zijn niet z.m. voldoende om aan te nemen dat verdachte (als pleger) hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:482, Hoge Raad, 24-03-2026, 24/04507
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1926, Hoge Raad, 16-12-2025, 23/02932
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1702, Hoge Raad, 18-11-2025, 25/00055
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:359, Hoge Raad, 11-03-2025, 24/00579
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
24/01870
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:440