ECLI:NL:HR:2026:442, Hoge Raad, 17-03-2026, 23/04379 — HR:2026:442
Samenvatting
Witwassen van geldbedrag (€ 43.900) in plastic tas die in oven met doorzichtig raam ligt, art. 420bis.1.b Sr. Zoekend rondkijken of doorzoeken, art. 96.1 Sv en art. 9.1.b Opiumwet. Verweer dat het openen van oven en het kijken in daarin gelegen tas een doorzoeking betrof, terwijl daarvoor niet machtiging van RC was verkregen. In WvSv wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds bepalingen die bevoegdheid geven om ter inbeslagneming bepaalde (in wet aangegeven) plaatsen te betreden en anderzijds bepalingen die bevoegdheid geven om deze plaatsen te doorzoeken. Als opsporingsambtenaren bevoegd zijn plaats ter inbeslagneming te betreden, zijn zij tevens bevoegd tot het op die plaats zoekend rondkijken en in beslag nemen van voor de hand liggende voorwerpen, maar niet tot handelingen die verder gaan dan dat en daarom moeten worden aangemerkt als doorzoeken. Dit geldt ook als toepassing wordt gegeven aan betredingsbevoegdheid van art. 9.1 Opiumwet (vgl. HR:2003:AH9998 en HR:2003:AL6238). Hof heeft vastgesteld dat verbalisant de woning waarin verdachte verbleef heeft betreden en daar vervolgens zoekend heeft rondgekeken, waarbij hij door glazen ruit van oven tas van het merk A zag liggen. Daarop heeft verbalisant de oven geopend en tas in beslag genomen. Na inbeslagneming heeft hij tas geopend en hierin een geldbedrag aangetroffen. ‘s-Hofs oordeel dat openen van oven door verbalisant onder deze omstandigheden niet hoeft te worden aangemerkt als doorzoeken van woning, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Weliswaar volgt uit ’s-hofs vaststellingen dat verbalisant ovendeur heeft geopend, maar deze verbalisant had op moment van het openen al met het oog waargenomen wat hij in beslag wilde nemen. Volgt verwerping. CAG: anders.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:482, Hoge Raad, 24-03-2026, 24/04507
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2026:378, Hoge Raad, 10-03-2026, 24/00693
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1926, Hoge Raad, 16-12-2025, 23/02932
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:1702, Hoge Raad, 18-11-2025, 25/00055
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 maart 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23/04379
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:442