Juristi.nl
ECLI:NL:HR:2026:478Strafrecht

ECLI:NL:HR:2026:478, Hoge Raad, 24-03-2026, 24/00731 — HR:2026:478

Samenvatting

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal (met geweld) (art. 310 en 312.1 Sr), mishandeling (meermalen gepleegd) (art. 300.1 Sr) en lokaalvredebreuk (art. 138.1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur bij stukken. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat verdachte geen bezwaren heeft opgegeven tegen vonnis Pr en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van “schriftuur houdende grieven ex art. 410 Sv” van raadsman, die zich bij stukken bevindt en die tijdig is ontvangen door griffier Rb? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Bij stukken bevindt zich “schriftuur houdende grieven ex art. 410 Sv” die door raadsman tijdig is ingediend en door griffier Rb is ontvangen. V.zv. hof heeft geoordeeld dat appelschriftuur in het geheel ontbreekt, is dat oordeel niet begrijpelijk. V.zv. in ’s hofs oordeel besloten ligt dat appelschriftuur geen grieven a.b.i. art. 410 Sv bevat, getuigt dat oordeel van onjuiste rechtsopvatting, nu uit rechtspraak HR volgt dat aan formulering van grieven geen hoge eisen worden gesteld. Wel moeten opgegeven grieven duidelijk maken wat inzet van h.b. is. Namens verdachte is in appelschriftuur te kennen gegeven dat h.b. is gericht tegen “strafmaat, gedeeltelijke toewijzing van tul vordering en gedeeltelijke toewijzing van vordering tot schadevergoeding”. Gelet hierop is ‘s hofs oordeel dat verdachte ex art. 416.22 Sv n-o is in h.b. niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/00731 en 24/00732.

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

24 maart 2026

Instantie

Hoge Raad

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

24/00731

Procedure

Cassatie

ECLI

ECLI:NL:HR:2026:478

Bekijk op rechtspraak.nl